Welkom op ons weblog!
Dit is een live verslag van de belevenissen van Cor en Ingrid in Amerika 2009

Wij vertrokken op 26 mei 2009 om 12.20 uur met een vlucht van United Airlines (UA 0947) naar Washington en stapten daar over op een vlucht naar Orlando in Florida. (UA 0715)
Vanaf Denver-Colorado (vlucht UA 0940) vlogen we na vijf weken, op 30 juni, via een overstap in Chicago, weer terug naar Schiphol, waar we in de ochtend van 1 juli om 09.25 uur aankwamen. (vlucht UA 0908)

We hebben de volgende staten te bezocht :
Florida – Georgia – Alabama – Mississippi – Tennessee – Kentucky – West Virginia – Virginia – Ohio – Indiana – Illinois – Missouri – Kansas – Oklahoma – Texas – New Mexico en Colorado.
Ons vervoermiddel was een redelijk nieuwe 25ft Cruise America camper en dat is ons weer erg goed bevallen.
We hebben gekozen voor Orlando als beginpunt omdat we o.a. graag het Kennedy Space Center wilden bezoeken.

Verder was het natuurlijk een Road-trip, veel rijden, genieten onderweg en ’s avonds overnachten op mooie campings met een steak op de BBQ of gewoon lekker buiten zitten, genieten van een mooie sterrenhemel bij een knus kampvuurtje.
De reacties staan rechtsboven op deze pagina in het gastenboek.
Dit was onze route van ruim 9000 km: (klik er op voor een grotere versie)

weblogkaart2009


We zijn er!

Hallo allemaal!
Na een zeer rabberige rit op de melkwagen, het was vanaf 11 uur ’s avonds tot de andere ochtend vijf uur, of je in de hel bivakkeerde, zulke zware onweersbuien hadden we in geen jaren meer meegemaakt. Toen Cor met de laatste vracht aan de fabriek stond te lossen barstte er nog een klein orkaantje ook bij los, de panelen van de poedertoren vlogen links en rechts om je oren, terwijl hij Aad net zag vertrekken naar het hoge noorden. Dat had Cor dus. Ingrid sliep die nacht dus ook voor geen meter.
Toen om pakweg half 10 in de startblokken. Het weer was gelukkig nu weer vredig, wel zwaar bewolkt, een vlug ontbijtje en Mark bracht ons naar Schiphol.
Daar waren ook Emmy en Piet om ons uit te zwaaien, nog even gezellig met elkaar aan de koffie gezeten totdat het tijd was om afscheid te nemen.
Om ongeveer 12.10 uur kozen we het luchtruim met een Boeing 767 van United Airlines.
Van Nederland zagen we natuurlijk niets, te zwaar bewolkt, maar wel grote delen van Schotland en toch ook af en toe wel de Atlantische oceaan.
Wel zagen we heel mooi in het wit Groenland en de Oostkust van Canada, ook nog dik onder de sneeuw.
Na een zeer relaxte vlucht landden we op Washington Dulles. Ingrid was er verrukt van hoe ongelooflijk snel we door de immigratie waren, wat een verschil met verleden jaar met Willy en Emmy! Ook de koffers waren er direct.
Vervolgens een aantal uren daar rondgehangen en op naar de volgende vlucht naar Orlando.
Maar ojee, toen we net in het vliegtuig zaten kregen we een mededeling van de piloten.
Zij waren zeer somber gestemd over het weer in Orlando Florida. Er waren hevige onweersbuien daar en ze waren bang dat ze moesten uitwijken of anders langer rond moesten cirkelen. Dus werd er extra brandstof besteld waardoor we zeker een uur in het vliegtuig zaten te wachten voor hij opsteeg.
Maar uiteindelijk toch vertrokken maar toen we even over de helft waren kregen we weer een mededeling. Het weer was zodanig dat ze al snel de landing in gingen zetten om zo wat buien te vermijden en toch te proberen om het toestel in Orlando neer te zetten.
De piloot dook letterlijk door de onweersbuien heen naar beneden. Er was helemaal niets te zien van Florida en toen we onder het wolkendek kwamen leek het wel een beetje de maandagnacht in Nederland. Wow wat een onweerskoppen, zwarte wolken, turbulentie…..
Uiteindelijk toch veilig geland tussen de bliksemflitsen door. Stukje taxien en toen kregen we weer een mededeling. Het vliegveld was ontruimd door het zware weer en we moesten blijven staan aan het eind van de taxibaan. Er waren dus geen afhandelaars.
Dat zou heel lang kunnen duren zei hij maar gelukkig viel dat mee, er kwam een gat in de bewolking en snel gingen we aan de gate.
Na ons kwam nog een vliegtuig binnen en verder was er geen vliegtuig te zien daar, heel vreemd.
Maar goed we waren er en tenslotte houden we wel van een beetje spanning..
Ook hier waren onze koffers er snel en we gingen bellen voor de hotelshuttle. We liepen even naar buiten en gelijk ging Ingrid weer als een speer naar binnen. Die temperatuur hier, het lijkt wel een sauna! En regenen erbij!
In de shuttle opweg naar het hotel, Ingrid dook gelijk het bad in en daarna gingen we slapen.
De airco werkt gelukkig goed op de kamer dus we hebben redelijk geslapen.
We gingen weer douchen, hebben lekker ontbeten beneden in het hotel en nu zitten we dus samen dit verhaal te typen.
Zodirect worden we opgehaald en gebracht naar Cruise America op de camper op te gaan halen.
Daarna gaan we naar de Atlantic Coast naar een camping vlak aan zee bij Port Canaveral, net onder het Kennedy Space Center, genaamd Jetty Park. Deze camping heeft geen internet dus het duurt misschien wel even voor jullie weer wat horen maar misschien ook wel niet.
Groetjes aan iedereen die meeleest!

Hallo allemaal!
Om elf uur op woensdag lieten we het hotel voor wat het was en werden we door de hotelshuttle naar het verhuurbedrijf van Cruise America in Kissemmee gebracht.
Na de formaliteiten afgehandeld te hebben gingen we ervandoor met een vrij nieuwe 25 ft camper.

Cor weer helemaal in zijn hummetje met deze nieuwe camper
We gingen richting de Atlantische kust naar Cape Canaveral via een mooie weg die Tomtom voor ons uitzocht om de tolwegen/interstates te vermijden.
We reden over een hele rustige weg door een mooi natuurgebied en zagen al snel allerlei tropische vogels die er een beetje prehistorisch uitzagen.
Uiteindelijk kwamen we terecht op de camping die we verleden week via Google Earth hadden gezien, stijf tegen de oceaan aan.
Volop plek, we mochten er zelf een uitzoeken en het was een heel mooi plekje.
Geinstalleerd, koffers uitgepakt en toen gingen we gelijk maar het strand op want er dreigde weer een flinke onweersbui. Lekker aan het pootje gebaden geweest en samen over de onmetelijke oceaan staan loeren waar ooit Columbus met zijn handlangers vandaan kwamen, en die dit continent ‘ontdekte’.
We kregen intussen wel trek en vlakbij de camping stonden een paar waanzinnige bunker(eet)tenten dus wij erop af.
We zagen een leuk tentje vlak aan het water met een live muzikant en hebben daar heerlijk zitten eten. Ik aan de tonijn en Cor aan de spareribs, goh wat smaakte dat goed.
Vervolgens gingen we naar de Walmart voor de allereerste levensbehoeften en daarna waren we totalloss dus we gingen moe en voldaan op tok.
Vanmorgen werden we al op tijd wakker en zijn de pier opgeslenterd, er waren al een hoop vissers actief en we zagen zeeschildpadden en roggen zwemmen.
Na het ontbijt in de camper zijn we naar Kennedy Space Center gegaan en boekte daar een tour van een uur of 2,5 met een bus langs meerdere lanceerinstallaties, onwijs gaaf om dat van dichtbij te zien vonden we.
Daar ook nog wat rondgelopen en in een SpaceShuttle geweest en ook in een Spaceshuttle simulator, dat was best heftig, we hingen zowat op onze kop.
Om de show compleet te maken, met de regelmaat trokken er zware donderbuien over het KSCenter. Het was voor ons een hele rijke dag.
En als klapstuk, schuin onder een gigantische complete Saturnus/Apollo raket die liggend tentoongesteld was in een enorme hal, inclusief met maanlander, hebben we zitten eten.
We zijn er tot sluitingstijd gebleven en trokken vervolgens met de camper een kilometer of 30 noordwaarts en zijn neergestreken op een KOA camping waar ik nu dit verhaal buiten met een kopje koffie zit te typen en Cor vult me regelmatig aan met tekst.
We gaan zo slapen en weten niet wanneer we het weblog weer bij kunnen werken.
Groetjes vanuit een warm en vochtig Florida!!
Hij is best wel groot he? (de Shuttle)

Hallo, daar zijn we alweer, nu vanaf de andere kant van Florida.
Vanmorgen hebben we lekker buiten ontbeten, tussen de brutale eekhoorns die zelfs de camper in wilden.
Gisteren hebben we besloten om Tampa van de route af te halen, het was een te grote omweg die we toch niet zagen zitten.
Om 10 uur gingen we dus weer aan de rit en trokken westwaarts de binnenlanden/moerassen van Florida in en kwamen uiteindelijk bij Homosassa terecht aan een soort van monding van de Homosassa River in de Golf van Mexico kust.
Daar hebben we een boottocht gemaakt over de Homosassa rivier om te kijken of we Manatees(zeekoeien) konden spotten, want die leven daar. Na een tocht van anderhalf uur geen zeekoeien gezien maar wel prachtige tropische (roof)vogels. Dolfijnen zouden daar ook zwemmen maar zoals meestal laat het wild zich niet aan ons zien.
Er was ook een restaurant bij de bootverhuur en daar hebben we heerlijk aan het water gegeten, met het zicht op een apeneiland.
Toen de honger gestild was trokken we noordwaarts langs een mooie route naar Yankeetown. We gingen daar op zoek naar een weg die ons naar de kust van de Golf van Mexico leidde. Die vonden we uiteindelijk want Cor wilde graag zijn voeten in de Golf van Mexico dompelen, dat lukte daar dus.
Toen zijn we weer verder gereden, op zoek naar een camping. Die vonden we 80 km verder op een eiland genaamd Cedar Key. We hebben een mooie plaats aan het water gereserveerd en zijn toen verder gereden naar het leuke plaatsje Cedar Key.
Daar aan de haven hebben de de camper geparkeerd en zijn een pier opgelopen waar enorme pelikanen zich lieten bewonderen op enkele meters afstand.
Vervolgens weer een nieuwe verrassing, we zagen op enkele tientallen meters afstand verscheidenen dolfijnen die er aan het spelen waren. Zo ontzettend leuk!
We hebben daar lekker gezeten en genoten van het mooie uitzicht en de dolfijnen en pelikanen.
We hebben met het mooie weer van vandaag weer een topdag gehad en gaan nu koffie drinken op de privesteiger van ons campingplekje, in een uitloper van de Golf van Mexico.
Tot de volgende keer!
P.S. Alle foto’s staan online! Klik op Foto albums USA-Canada in het menu rechtsboven.
De volgende ochtend op dezelfde camping Cedar Key

Life is good!

Hallo we zijn er weer!
Na een goede nacht en een ontbijtje aan de Golf in de mooie ochtendzon zijn we weer vertrokken, eerst landinwaarts en toen door de noordwestelijke contreien van Florida naar het stadje Perry waar we een break inlasten.
We gingen de winkelkar weer volgooien bij de Walmart en dat nam weer heel wat tijd in beslag want je ziet daar vanalles.
Onderweg hadden we nog geprobeerd te tanken maar kwamen bij een benzinestation waar een oud vrouwtje ons vertelde dat Cor heel erg lang met zijn slang in de tank kon blijven staan en er toch niets kwam omdat de benzine op was, wij lagen in een deuk natuurlijk en gingen dus gelijk ook tanken in Perry.
En verder gingen we weer, alsmaar noordwaarts. In een flits zagen we dat we het state bord van Georgia passeerden, meestal maken we er een foto van maar het kwam eerder dan we dachten.
We reden nog een flink stuk verder en kwamen bij het dorpje Adel.
We zochten daar met behulp van de Woodallgids een place for the night. Dat werd een mooi state park, genaamd Reed Bingham State park, aan een groot meer.
We mochten zelf een plek uitzoeken, en vonden een mooi plekje in de schaduw waar we lekker zelf eten hebben bereid en buiten opgegeten hebben.
Zwemmen in het meer ging niet echt lukken want er stond een bord ‘Caution, Alligators’….en we hebben onze benen en armen nog hard nodig.
Weblog bijwerken lukte ook niet want er was geen wireless internet, wel water en gelukkig ook stroom want zonder airco was het best heftig warm.
We hebben daar lekker geslapen en na het ontbijtje vanmorgen gingen we weer aan de rit. We hadden nog een kerkdienst bij kunnen wonen op de camping maar dat sloegen we dit keer over.
Het einddoel van deze nieuwe dag moest Macon, GA worden en het meest logische was de interstate maar we kozen natuurlijk voor een alternatieve route en die was meer dan fantastisch.
We hadden bijna de weg voor ons alleen, of dat nou kwam omdat het zondag was en iedereen in de kerk was, want we hebben waanzinnig veel kleine kerkjes met veel auto’s erom heen gezien.
Georgia is een prachtige staat met ontzettend mooie huizen (met prachtige tuinen), vriendelijke mensen, mooie natuur, heel bosrijk en heel anders dan we gewend zijn in dit land.
Om een uur of drie bereikten we Macon en gingen daar op zoek naar het Allman Brothers museum dat Cor op internet had gevonden maar het bleek dat dat museum nog in wording is en pas opent in augustus.
Maar er was wel een Georgia Music Hall of Fame in Macon die we ook wel graag wilden bezichtigen. Zo gezegd zo gedaan en we hebben daar erg van genoten.
We kwamen er allerlei genres uit de muziek tegen uit deze staat die nationaal of wereldberoemd zijn geworden. Van heel oud tot vrij recent.
Er was ook een flinke hoek ingeruimd voor de Allman Brothers die in deze regio zijn opgericht.
Daarna vertrokken we het noordoosten in naar het stadje Milledgeville, daar wisten we een mooie camping te vinden met de naam Scenic Mountain RV resort. We staan daar op een heuvel met een prachtig uitzicht en hebben net lekker buiten gedineerd.
Het is nu avond en het koelt hier gelukkig wat af. We gaan nu nog even buiten met een kopje koffie van het uitzicht en de sterrenhemel genieten.
Bedankt voor al de berichtjes in het gastenboek, dat vinden we erg leuk! Elke keer is het weer een verrassing wie er een berichtje geplaatst heeft.
Tot de volgende keer!

 

Stone Mountain

Hallo, allemaal, tijdens het ontbijtje, dat Cor voor me klaar maakt, zit ik dit te typen, aan een picknicktafel op een boscamping aan een meer bij Stone Mountain.
Gisterenochtend de was gedaan en gedoucht op de mooie Scenic Mountain view camping en hurry up, on the road again.
We reden de mooie Antebellum route met lieflijke dorpjes en huizen, goh wat houden de mensen hier hun spulletjes allemaal mooi verzorgd.
We reden door tot Athens en daar zwenkten we af, westwaarts richting Atlanta. Onderweg hadden we een break bij een truckstop. De weg was niet erg relaí, erg druk, en op het eind van de middag kwamen we aan bij het doel van deze dag, Stone Mountain.
We gingen eerst een mooi campingplekje bespreken in het bos aan het meer en toen gingen we naar Stone Mountain zelf.
We boekten een tocht met een amfibievoertuig en we gingen aan de rit, na een kwartiertje of zo doken we met dat ding met een een noodvaart de plomp in en vaarden we het meer voor Stone Mountain in de rondte.
Daarna gingen we maar eens lekker eten bij een echt zuiderlijk restaurant in het Stone Mountain dorp waar we het brood kregen toegeworpen, scheen een traditie te zijn, de heerlijke warme broodjes vlogen door de tent.
We werden geholpen door een soort van Whoopy Goldberg, waar we enorm veel schik mee hadden.
Daarna de toeristenshops doorgeslenterd en daarna gingen we naar een soort van heel natuurlijke arena, een glooiende grashelling, met schitterend uitzicht op Stone Mountain met de drie uitgehakte legerleiders van de Civil War, Jackson, Davis en Lee.
Hier zagen we, toen het donker werd, een spectaculaire lasershow. Er kwam een hoop volk op af, niet alleen van de camping maar ook uit de omgeving.
De lasershow was supergaaf met vuurwerk, laser en muziek, over de geschiedenis van Georgia, de bekende artiesten, muzikanten, die kwamen allemaal aan bod, geprojecteerd op de mountain.
We hadden een prachtige avond, op het eind natuurlijk het volkslied met spectaculair vuurwerk en muziek, je werd er zowaar geemotioneerd van.
Het deed ons goed om ze zien hoe goed de blanke en de zwarte bevolking met elkaar omgaan, heel harmonieus.
Na de lasershow wilden we terug naar de camping maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan, we waren het spoor een beetje bijster in het aardedonkere wegennet om het meer.
Na een tijdje doelloos te hebben rondgereden kwamen we toch gelukkig weer op de camping terecht.
Nog even buiten gezeten en ons bedje in, vandaar dat we nu bij het ontbijt zitten te bloggen.
Dank aan Aad voor de sterke tip om Stone Mountain te bezoeken!
Ik ga nu aan mijn kopje thee met broodjes en spreek jullie allemaal weer.

Hallo, even bijpraten weer. We stonden een paar dagen op StateParks, midden in de natuur waar geen internet verbinding was vandaar dat jullie niets hoorden.
Na het ontbijt dinsdagochtend hebben we met een prachtige blauwe lucht Stone Mountain achter ons gelaten.
Cor had op de kaart al gezien dat we in een helse drukte zouden belanden in het interstate circuit van Atlanta, nou daar kreeg hij gelijk in.
En aangezien Cor zich het best thuisvoelt op de donkere polderweggetjes en dijkjes met zijn melkwagen was het hier wel even afzien voor hem, maar dankzij het geoliede gidswerk van Ingrid en de Tomtom (Cor zijn woorden) wisten we zonder kleerscheuren aan de andere kant van Atlanta te komen en trokken toen noord-west waarts en via de plaats Rome belandden we in de derde staat van onze trip, Alabama.
Zo verlieten toch nog heftig we het kneuterige Georgia, home of the Dukes of Hazzard.
Alabama, the beautiful, deze streken doen deze naam beslist eer aan, het was een schitterend gebied waar we doorheen reden, heel bosrijk, bergachtig, en uiteindelijk kwamen we aan bij ons einddoel van deze dag, Desoto State Park, bij Fort Payne in de buurt.
We hebben eerst een campingplaats op dit state park besproken, zijn toen even koffie gaan drinken bij de camper om bij te komen van de drukte van vandaag.

Daarna vertrokken we weer van de camping om een hele mooie waterval in het state park te gaan bekijken.
Het was daar dus echt gaaf, er zaten meerdere watervallen in de rivier de Little River. Lekker daar op het randje zitten genieten en toen een eettent opgezocht, vlakbij de camping was een lodge/restaurant en daar hebben we heerlijk gegeten en genoten van het mooie uitzicht.
Toen nog een tijdje in het donker bij de camper gezeten, het was een heerlijk temperatuurtje en een mooie avond.


De volgende ochtend, woensdag dus, al aardig op tijd uit de veren, en tijdens het ontbijt buiten aan de picknicktafel kwam er een aardige gepensioneerde Airforce piloot op zijn mountianbike een praatje maken.

Hij vond het erg interessant dat we uit Holland kwamen want hij was al meerdere keren in ons land geweest met zijn vrouw.
Hij liep het bos in om te kijken naar een biketrail en kwam terug met een kleine schildpad. Hij vertelde dat deze beesten beschermd zijn en liet hem bij ons. Heel langzaam deed de schildpad zijn deurtje open en liep toen met een slakkegang weg, heel leuk.
De man nodigde ons uit voor de koffie, dus toen we klaar waren zijn we naar hem en zijn vrouw toegegaan verderop op de camping.

Ze konden lyrisch vertellen over hun reizen, o.a. door Nederland en we zaten even heel gezellig, met koffie en koek. Ze kwamen zelf uit de staat Mississippi.
Om een uur of tien namen we afscheid van ze en gingen weer on the road.

We hadden zo mooi mogelijke route uitgezocht via Rainsville, Guntersville naar Huntsville, over the Tennessee River.
In Huntsville aangekomen gingen we voor een tweede maal een Space Center bezoeken want daar lusten we wel pap van.
Dit was o.a. een opleidingscentrum voor astronauten en heet US Space and Rocket Center.
Er waren twee Saturnus V met Apollo modules aanwezig, de een stond buiten recht overeind en de ander lag in een grote hal, net als in het Kennedy Space Center in Cape Canaveral. Maar bepaalde dingen waren hier nog veel uitgebreider tentoongesteld.
Ook hebben we een driedimensionale documentaire over de planeet Mars bekeken, compleet met drieD bril op.

Buiten was het schroeiend heet, toch zijn we naar buiten gelopen om o.a. de replica van de Space Shuttle the Pathfinder te bekijken, die de hele wereld in een rechtstreekste uitzending in de tachtiger jaren zag verongelukken.

Om een uur of vier zijn we weer gaan rijden, eerst westwaarts, voor de tweede maal over the Tennessee River en bij Moulton zuidwaarts naar het William Bankhead National Forest.
Daar staan we op een schitterend statepark, genaamd Corinth, weer aan een groot meer, het Lewis Smithlake. Tsjonge wat hebben we weer een mooie plek.

We hebben wel stroom en water maar weer geen internet. Net lekker buiten warm gegeten, we zagen en hoorden heel wat wild, een wilde boskat, zo’n beest met een schild, moet nog even opzoeken hoe die heet, en we horen aan alle kanten ratelslangen en zien vuurvliegen.

Dit is onze tweede nacht in Alabama en waarschijnlijk ook al weer de laatste.
Ik typ dit nu op woensdagavond op Word en plak dit t.z.t. op het weblog.

 

Het is nu donderdagavond en we staan weer op een state park zonder internet dus ik typ dit weer op Word en zet het morgen wel online denk ik.
Vanmorgen weer wakker geworden midden in de natuur met bijbehorende beestengeluiden, heerlijk.
Ontbijtje buiten aan de picknicktafel, het was zowaar iets koeler dus dat was wel prettig.

We gingen om een uur of half tien rijden en zochten de highway weer op, west, richting Hamilton. Daar ergens in de buurt belanden we op een vrij grote snelweg, en verlieten we de staat Alabama om de staat Mississippi binnen te gaan, onze vierde staat van de trip.

Deze weg bracht ons linea recta naar ons volgende doel, Tupelo.

We gingen een heilige plaats bezoeken, de geboorteplek van the King of Rock, Elvis Presley.
Het was heel fascinerend wat hier gecreëerd was rond zijn simpele kleine geboortehuisje waar hij, samen met zijn tweelingbroer ter wereld kwam.

Tijdens de geboorte verloor hij gelijk zijn tweelingbroertje en zijn moeder kon daarna geen kids meer krijgen, hij bleef dus enigskind.
Het was een soort bedevaartplaats, er was een kapelletje, een museum, een plein, een kerkje en natuurlijk het huisje wat te bezichtigen was.

In het kerkje kwam Elvis voor het eerst van zijn leven met muziek in aanraking en leerde hij zingen en gitaar spelen.
We waren aardig onder de indruk van dit alles.

Daarna zochten we de highway weer op, westwaarts, en reden naar het universiteitsstadje Oxford waar we eerst maar eens bij de Walmart gingen inslaan.

Vervolgens gingen we lekker eten bij Applebees waar het weer goed smaakte.

Met onze koelkast en buik vol zetten we de motorhome weer in de startblokken om weer een aantal mijlen te maken.
We belanden uiteindelijk weer op een statepark aan het Sardis Lake op een primitieve plek zonder voorzieningen, kost ook maar 8 dollar.

We staan hier vlak aan het water en zijn de enige camper hier, er staan verderop alleen wat tentjes met jongelui.

We hebben vandaag voor het eerst een zonloze dag gehad, wat ik wel erg lekker vond, de airco hoeft nu ook niet aan, de temperatuur is een stuk aangenamer.

We gaan nu nog even aan het meer zitten en morgen hoop ik dit alles online te kunnen zetten in Memphis.

 

Vanmorgen, vrijdagochtend, ontwaakt aan het vredige Sardis Lake. Dit was de eerste en enige overnachting in de staat Mississippi.
Ontbeten aan het meer, het was een lekker temperatuurtje.
Vervolgens pakten we onze biezen, dat was zo klaar want we stonden niet aan stroom en water dit keer.
On the road again richting Memphis op een highway langs de interstate omhoog.
Dit was de oude weg, er lagen allemaal dorpjes aan, veel groen en water en zo verlieten we de staat Mississipi om de staat Tennessee binnen te rijden.
We reden op de Elvis Presley Boulevard Memphis binnen en zagen al snel Graceland liggen.
Tegenover Graceland is het HeartBreak Hotel en daarachter verscholen ligt een RV park waar we de camper op hebben gezet.
Het is haast niet te geloven maar we troffen het weer buitengewoon met het plekje. Achteraan tegen een glooiend talud met bomen, dat komt waarschijnlijk omdat we al zo vroeg hier arriveerden, rond het middaguur.
De camper geinstalleerd en aan de loop naar het paradijs van Elvis Presley, Graceland.
Kaartjes gekocht en in de bus die ons naar de overkant van de weg bracht, naar het landgoed Graceland.
Zo waren wij twee van die miljoenen die ons al voorgingen en ook nog de miljoenen die nog achter ons komen, op het soort van bedevaarts oord van the King of Rock.
Waanzinnig, zoveel volk hier op af komt, het was een stroom van mensen die door alle vertrekken heen schuifelden, wij dus ook.
We vonden het heel verrassend dat het zo smaakvol was ingericht door Elvis.
Buiten stond tot onze verbazing ook nog een van de laatste paarden van Elvis, de palomino Rising Sun. Hij was meer dood dan levend want er zat geen gang meer in, hij had kromme benen en sliep de hele tijd terwijl er mensen vlak langs hem liepen.
Cor was erg onder de indruk van de enorme hoeveelheid gouden platen die in een lange gang aan de wand hingen.
Als laatste kwamen we op het achterterrein bij de begraafplaats van de Presleys, wat er fabelachtig bij lag.
Toen weer met de bus terug en het automobielmuseum van Elvis bekeken en de tigtal giftshops, het is bizar hoeveel Elvis handel er aangeboden wordt.
’s Avonds gingen we met een shuttle naar Beale Street, het hart van de Bluesmuziek, midden in Memphis.
Tevens mochten we, tijdens de rit ernaar toe, voor het eerst in ons leven een blik werpen op een van de grootste rivieren ter wereld, de Mississippi.
We werden gedropt aan het begin van Beale Street en werden gelijk overladen met muziek en muzikanten, zwarte bluesbandjes, je zag ze op elke hoek.
Maar we hadden eerst trek dus gingen we eerst bunkeren in het Hard Rock Cafe, dat was erg mooi van binnen en het eten was heerlijk.
Na het eten weer de straat op en genoten van alles wat Beale Street te bieden had. Het was een zwoele avond dus alles speelde zich op straat af, tussen een hoop mensen van allerlei rassen.
Het is nu bijna nacht en we zijn net weer bij de camper. Bekaf maar voldaan wat deze dag ons weer te bieden had.
Tot de volgende keer!

We staan nu op Pickwick Landing State park in Tennessee waar we geen internet hebben, dus ik typ dit weer even op Word en zet het morgen online.

Vanmorgen werden we op tijd wakker, hebben ontbeten achter de camper in de schaduw want het was alweer behoorlijk warm.

Tegen tien uur gingen we naar het Heartbreakhotel waar we opgehaald werden door een shuttle van de legendarische Sun Studio’s.

We reden weer zo’n twintig minuten dwars door Memphis en kwamen toen aan op een hoek waar een oud pandje stond met de beroemde tekst ‘Sun Studio’s’.

Hier is het voor een heleboel grote internationale muzikanten in de fifties begonnen.

Om maar een greep uit deze leden te graaien, Elvis Presley, Carol Perkins, Johnny Cash, Jerry Lee Lewis en nog vele anderen.

Er was hier een populair radiostation en daar werkte ene meneer Sam Phillips die een gevoelig oor had voor talent en die begon een eigen studio/platenlabel, wat later Sun Studio’s werd.

Om een lang verhaal kort te maken, kwam ook Elvis daar aankloppen om een plaatje op te nemen en brak vrij snel door tot een megaster.

In die studio, die nog geheel in originele staat was, mochten wij een kijkje nemen, met in het voorportaal een giftshop en daarna kregen we een rondleiding van een snuiter die er lyrisch over kon vertellen en zelf ook muzikant was.

Het was echt een openbaring die we niet hadden willen missen als sluitstuk van Memphis. Ook nog een bakje leut gedaan daar en een cd gekocht die alleen daar te koop was en daar ook opgenomen was van Presley, Perkins, Cash and Lewis.
Vervolgens gingen we weer terug met de shuttle naar het Heartbreakhotel en gingen ons opmaken om Memphis te gaan verlaten en in oostelijke richting Tennessee te gaan verkennen.

We hadden weer een geweldig mooie landelijke route met weinig verkeer op de weg. Ons einddoel was een camping in het statepark Pickwick Landing aan de Tennessee River, waar een grote dam en sluizen voor de scheepvaart in was gebouwd.

Vlak voor we daar arriveerden hebben we gedineerd in Counce, in een eettent die vol zat met locals die er echt aan het schransen waren, alleen met een vork.

Ik moest helemaal om een mes vragen voor mijn catfish, iedereen at met de vork en handen. Maar het was erg lekker en een bord vol en het kostte bijna niets, 16 dollar voor ons beiden inclusief drankjes en een ijsje toe.

Toen een plek gescoord op de camping, volgens mij hadden we een van de laatste plekken, het is hier erg druk met vissers en bootjesmensen, en het is natuurlijk zaterdagavond.

De hele avond verder lekker buiten gezeten aan de koffie bij volle maan en nog even naar de rivier geslenterd.

Gisterenochtend de camping weer verlaten aan de Tennessee River, we reden recht naar het noorden om bij Savannah af te buigen naar het oosten.
Daar zijn we weer even naar de Walmart gegaan om een en ander in te slaan.
Verder ging het weer, oostwaarts, over een mooie route op zoek naar de legendarische Natchez Trail Parkway.
Voordat we erop draaiden maakten we een stop op een mooi plekje om een bakkie koffie te drinken naast de camper.
Verder ging het weer, nu noordwaarts over die Natchez Trail dus. Deze route vormde oorspronkelijk een netwerk van indianenpaden, de Chickasaw, de Choctaw, en de Natchez gebruikten de paden als handels- en jachtroute.
Het was nu een mooie asfaltweg, dwars door de bossen van Centraal Tennessee om uiteindelijk op het grote wegennet van Nashville te belanden.
We gingen op zoek naar een KOA camping, vonden die en kregen een aardige plaats toegewezen.
We zijn toen gelijk gaan douchen en de was gaan doen want op een KOA is dat altijd erg goed voor elkaar.
Om een uur of 8 gingen we met een shuttle vanaf de camping, met een levendig gezelschap erin, en een zeer praatgrage driver, op pad. Hij wist veel van Nashville en liet ons eerst alles zien wat er te beleven was.
Hij zette ons uiteindelijk af bij the legendarische Wild Horse Saloon. We mochten voor niets naar binnen omdat hij ons bracht. We keken onze ogen uit daarbinnen, zo’n mooie tent.
Er werd ons een tafel gewezen op een riante plek, en in een ommezien werd er een buitengewoon lekkere bak voer voor ons neer gezet.
Onder het genot dit alles stond er op de buhne ook nog een zeer sterke coverband die geweldige country/rocksongs ten gehore bracht.
Naar het eten liepen we naar buiten en gingen kijken wat er verder allemaal te beleven viel in Nashville.
Na wat omzwervingen door en over Broadway, DE Straat van Nashville, raakten we weer in een andere, drukke, redelijk kleine saloon, Robert’s, en daar bleven we de verdere avond hangen.
Er speelde een wereldband, genaamd The Don Kelley Band. Om het maar een beetje zelf zo te formuleren, het was een soort van electrische BlueGrass band.
Als het goed is staan er filmpjes die ik met het fototoestel heb genomen op de foto site.
Ze speelden onbekende, maar ook wereldberoemde stampers uit dat genre waar het publiek lekker van uit hun dak ging en wij natuurlijk ook. Geweldig, wat zaten we te genieten!
Bijvoorbeeld Orange Blossom Special brachten ze waanzinnig sterk, allevier de muzikanten hadden een solo erin.
Toen we van plan waren op te stappen zetten ze Ghostriders in the Sky in dus we gingen gelijk weer zitten. Ook dit was een schitterende uitvoering. Het was weer een heerlijk zwoele avond toen we buiten stonden te wachten op de shuttle die ons daarna weer terug bracht naar de KOA, tot onze camper aan toe.
We hebben een pracht avond gehad!

Ik sta hier op een parking in Kentucky en heb even een internetsignaal dus ik zet gisteren even online:

We staan nu op het General Burnside Statepark, zonder internet dus ik ben dit aan mijn picknicktafel bij schemer en onder de bomen aan het typen, het is maandag vandaag.

Vanmorgen vertrokken we vrij laat uit Nashville na eerst een lekker ontbijtje en nog een weblog en foto’s online te hebben gezet.

We wisten ons aan de aantrekkingskracht van Nashville te onttrekken, en trokken via de interstate richting het noorden, vlak voor de grens van Kentucky bogen we rechtsaf en gingen we oostwaarts door het noorden van Tennessee.

Het was een prachtroute, en ergens bij het dorpje Celina gingen we noordelijk en trokken we Kentucky binnen, onze zesde staat van deze trip,

tot Burkesville, daar gingen we weer oostwaarts, door weer een fabelachtig gebied, dat konden we op de landkaart al zien, vanwege de stippellijn.

Toen kwamen we terecht in een flink dorp, Monticello. Het was al aardig laat in de middag dus hoogste tijd voor koffie bij de Huddle House.

De eenvoudige warme hap die ze daar verkochten zag er zo aantrekkelijk uit, dat we die er gelijk maar achteraan naar binnen brachten.

Het bleek dat we daar ook nog illegaal konden internetten want er stond een hotel naast die free highspeed internet had.

Dus even het laatste nieuws en de berichtjes in het gastenboek (erg leuk) bekeken en wat mailtjes beantwoord.

Vervolgens trokken we noordoostwaarts richting het stadje Burnside.

Daar reden we enorm hoog over een brug over de Cumberland River en zochten het Generaal Burnside Statepark op, waar we nu genieten van de ongelooflijke stilte van de oerbossen van the Daniel Boone National Forest, en dat is best lekker na die afgelopen woeste dagen van de Memphis Blues en Nashville Country muziek.

Het is weer een prachtavond, het is hier erg eenzaam, we zitten de hele avond buiten in de schemer, en we programmeren alvast weer de volgende dag.

Hallo allemaal! We schrijven dinsdagavond 9 juni.
Vanmorgen werden we zowaar gewekt door regendruppels op het dak, dat was de eerste keer deze reis maar daar bleef het ook weer bij, en we konden lekker buiten breakfasten.
We braken het kamp daarna weer af en gingen aan de rit, zuidwaarts, op zoek naar de Cumberland Falls.
Die was vrij snel gevonden na een kronkelige bosweg de bergen in kwamen we bij een stroomversnelling met een grote waterval in the Cumberland River.
We hoeven eigenlijk niets erover te zeggen, de foto’s spreken boekdelen en we genoten weer met volle teugen.
Na een tijdje daar vertoefd te hebben reden we verder tot Corbin, en hielden toen een koffiebreak bij de plaatselijk MacDonalds waar ze heerlijke cappuccino schonken. Daarnaast stond een hotel waar we een zwak internetsignaal van konden oppikken, het was net genoeg om het weblog van gisteren online te kunnen zetten. Foto’s lukte niet.
We zochten daarna de highway 25E weer op naar het uiterste zuiden van Kentucky, bij Middlesboro ligt het Cumberland Gap Historic Park. Daar ligt de Pinnacle Overlook, een hoge berg die een prachtig uitzichtpunt heeft over de staten Kentucky, Tennessee en Virginia. We zouden net met de camper de klim beginnen toen we de borden zagen niet geschikt voor voertuigen langer dan 20 ft en aangezien wij 25 ft zijn ging dat niet lukken.
Toen terug naar beneden, naar het visitorcentrum en ons probleem voor gelegd aan de parkranger.
In eerste instantie zei hij jammer maar het is niet anders, maar ik drong nogal aan en bood geld als hij ons naar boven wilde brengen. Hij ging even overleggen en kwam met een big smile terug, zei dat hij voor 5 dollar per persoon ons een private tour in zijn busje naar de top wilde geven. Hoppa…
Deze parkranger heette Lucas Wilder, en kon enthousiast vertellen over van alles. Hij reed met ons via vele haarscherpe en steile bochten naar boven totdat de auto niet verder kon. We volgden hem verder via een wandelpad naar the overlook, nou het uitzicht was waanzinnig!
Het was niet glashelder maar het was echt een schitterend uitzicht. Recht voor ons keek je Tennessee in, links naar de staat Virginia en rechts opzij en achter ons Kentucky.
Vlak voor ons zagen we the Gap, dat is een natuurlijke doorgang door the Cumberland Mountains, die door Thomas Walker in 1750 werd ontdekt. Rond het jaar 1800 waren er ongeveer driehonderdduizend pioneers doorheen getrokken op weg naar het westen om daar een bestaan op te bouwen. We waren er diep van onder de indruk.
Toen we terugliepen naar het busje kwamen een bejaard stel mensen tegen die moesten nog even opgewonden hun verhaal kwijt aan ranger Lucas. Tijdens de klim met hun auto stak er een grote zwarte beer de weg over, dat hadden wij toch ook graag nog even mee willen pakken om de show compleet te maken.
Op de terugweg maakten we nog een stop bij een fort halverwege de berg, het was een earthworks, zo noemen ze dat, een kanon, omgeven door een soort van dijk, daar sliepen en aten de soldaten in de burgeroorlog, en ze schoten natuurlijk met dat kanon.
Na deze plek ook bekeken te hebben, zakten we weer verder naar beneden tot aan het visitorcenter en namen afscheid van Lucas, die ons vertelde dat we eigenlijk wel een stukje Virginia in moesten gaan want het is daar zo mooi!
Cor wilde nog een aantal kilometers maken oostwaarts dus we besloten om Virginia in te gaan, hier liep een weg oostwaarts. Dit stond eigenlijk niet op het programma, maar die zijn er om gewijzigd te worden, dus zodoende een klein ommetje door Virginia. Heerlijk als je niet aan een vaste route vast zit en zomaar kan besluiten om wat anders te gaan doen. We reden door een verschrikkelijk ruig bergachtig landschap en ons einddoel werd Natural Tunnel State Park, een beetje in de buurt van Duffield.
Daar staan we nu op een mooi plekje met nog wat andere mensen. Campers zien we al dagen niet op de weg, best vreemd in zo’n mooi gebied. De toeristen hebben dit dus nog niet gevonden.
We hebben zelf een warme hap bereid en lekker buiten aan de picknicktafel opgegeten.

Ik schrijf dit woensdagavond 10 juni:
Het was fijn om een nacht doorgebracht te hebben op een mooie verscholen kleine camping in Virginia wat eigenlijk helemaal niet in ons reisschema was opgenomen.
Na het ontbijt kwam echt de klap op de vuurpijl, toen we op aanraden van de campinghost, waar we ook nog eens keer twee vrijkaarten van kregen, de Natural Tunnel gingen bezoeken.
We reden een stuk naar beneden de berg af, waar de camping op was, en parkeerden daar de camper. We zagen daar al gauw de stoeltjeslift, die normaal gesproken altijd omhoog gaan, maar deze dook een diep een ravijn in.
Wij namen samen plaats in het bakje en gingen naar beneden, dat op zich was al een hele ervaring. Beneden werden we weer opgevangen, sprongen atletisch van onze stoeltjeslift en liepen een stuk trail naar de overlook van de Natural Tunnel.
Wij aanschouwden daar het zoveelste wereldwonder, een enorm zwart gat in de rotswand wat door het water gecreëerd is, waar wel misschien honderduizenden jaren overheen gegaan zijn.
Wat natuurlijk ooit als een klein straaltje door het tientallen meters dikke rotsmassief een loopje heeft weten te vinden is uiteindelijk een gat geworden van tientallen meters in doorsnee.
Het is ooit ontdekt door Daniel Boone in 1775 (of zoiets) tijdens een van zijn ontdekkingsreizen. Maar de indianen scharrelden hier natuurlijk ook al ver voor deze tijd in deze streken rond, dus die wisten het ook wel.
Het gat liep niet recht door naar de andere kant want je kon geen licht zien, het liep in een bocht. Het lag gunstig in de route van een spoortreintraject, dus zodoende hebben ze in de begin jaren 1900 er een rails doorheen gelegd.
De eerste jaren was het voor passagierstreinen en nu nog alleen voor het kolentransport. We hadden gelezen dat er om de paar uur een trein langs zou komen met kolen, dus we dachten misschien hebben we de mazzel en bleven er een tijdje op een bankje wachten.
En ja hoor, uit de tunnel vandaan klonk er een zwaar gebrom en zagen we het licht van de schijnwerpers en daar kwamen drie beren van locs met daarachter een dikke honderd wagons vol met kolen uit het zwarte gat rijden, met daarachter nog twee zware opduw locs.
Het was echt magistraal om zoiets groots vlak voor je in zo’n betrekkelijke kleine omgeving, want het was omgeven door hoge bergwanden, uit die tunnel te zien komen.
We hebben het allemaal op film en foto kunnen vastleggen.
Daarna hebben we nog een loghuisje bekeken van een paar honderd jaar oud van de eerste pioniers wat ook in het ravijn stond. Vervolgens weer met de stoeltjeslift omhoog en weer op pad met de camper, verder naar beneden de vallei in.
We trokken noordwaarts opnieuw richting Kentucky, in die staat bij Pikeville weer even shoppen bij Walmart en er vlakbij de warme hap genuttigd bij Applebees.
In die tijd was het begonnen met regenen maar de temperatuur bleef zwoel. Daarna gingen we nog even wat kilometers maken noordwaarts, om tevens onze achtste staat van deze trip, West Virginia, te betreden.
De hele route van vandaag, van het begin in Virginia, door het zuidoosten van Kentucky en het oosten van West Virginia, was een rit helemaal door bergketens, over hoge bruggen die over ravijnen heen liepen, zwaar beboste hellingen, een geweldige weg, vrij nieuw, echt een aanrader voor een ieder die deze gebieden wil doorkruisen.
We zijn hier in deze staten trouwens een bezienswaardigheid met een gehuurde camper, iedereen spreekt ons aan en vraagt hoe dat zit, wat dat nou kost en waar we vandaan komen.
Ook op de campings, (een commerciële hebben we al dagen niet op onze route gezien) die hier heel dun bezaaid zijn, hebben we veel aanspraak. De mensen zijn ontzettend hartelijk en vinden het geweldig wat wij allemaal doen.
Ons einddoel deze dag was Logan, een klein bergstadje, tussen de grote mountains ingeklemd, daar vonden we een prachtig state park, genaamd Chief Logan Statepark, en daar zitten we nu diep verscholen in de bossen op een mooie plek tussen de reeën in lekker een koppie te doen en het weblog bij te werken wat we nu natuurlijk niet online kunnen zetten want er is hier geen internet.

Het is nu donderdagavond 11 juni.

We werden vanmorgen ruw gewekt door een zware onweersbui die in de ochtendgloren losbarstte boven het Chief Logan Statepark.
Het spoelde van de lucht en o, o, wat is het dan knus als je onder de dekens ligt in je campertje.
Schuin voor ons stond een tentje met een stel mensen en kleine kinderen, we wilden niet met ze ruilen.

We voelden ons veilig in het diep verzonken bos van de canyon maar moesten nu toch wel binnen ontbijten wat ook zijn bekoringen heeft natuurlijk.
Toen gingen we weer op pad, noordwaarts ging het weer, richting Madison over een slingerende bergweg.
We zochten een wifi bron en vonden dat bij een Best Western Hotel op de parkeerplaats. Zo konden we weer illegaal een paar dagprogramma’s bijwerken en de 84 foto’s online zetten.
Gelukkig was het een snelle verbinding en stond alles binnen 20 minuten online.
En verder ging het weer, tot Chesapeake, daar deden we even een boodschapje en aten een klein broodje met koffie bij een Biscuit House of zoiets.
We gingen toen oostwaarts, richting Cabin Creek, daar gingen we de brug over de Kanawha River over.
In dit gebied zijn heel veel kolenmijnen en zagen we veel kolentransporten, zowel op het spoor als langs de weg.
Bij Geuley Bridge verlieten we deze weg en gingen noordwaarts door het Hartland van deze staat, de geruchten gaan dat John Denver in zijn song Country Roads deze streek bedoelt.
We bleven constant langs de rivier rijden, aan onze rechterkant, het was (echt zonder stippellijn op de kaart), een hemelse route, veel bossen, bergen, rivieren, kleine dorpjes, rijke en arme mensen.
Uiteindelijk kwamen we op de interstate 79 en die bracht ons tot een eindje beneden Weston, daar is het Stonewall Jackson Statepark, waar we nu op de camping staan.
Voor dat we gingen installeren gingen we een stukje rondrijden op het grote park en belandden bij een lodge/restaurant van een golfbaan, waar we de camper tussen de Cadillacs en Rolls Royces parkeerden van de golfers met ruiten broekjes en witte sportkousen.
We gingen er naar binnen voor een voortreffelijke warme hap, geserveerd op het balkon van de lodge.
De prijzen vielen wel mee dus we hoefden niet af te wassen..
Nu staan we op een parkeerplaats van een resort het weblog bij te werken en gaan het zo binnen proberen online te zetten.
Tot de volgende keer!
P.s. ik zit nu in de lobby van een enorm houten lodge/resort bij een gigantische haard en ik heb internet!

Vrijdag 12 juni
Na een goede nachtrust op het statepark, vernoemt naar de beroemde en beruchte legertopman Stonewall Jackson, gingen we weer op pad.
We zochten de interstate 79 noord weer op, bij Clarksburg namen we de 50 oost naar Grafton.
In Grafton woonden begin vorige eeuw een aantal filosofen, die hebben moederdag uitgevonden, en bij Fellowsville gingen we het noordoosten in.
We hadden wel een vermoeden dat het geen geoliede route zou worden maar het vroeg heel wat geduld en energie van ons beiden om dit parcours met de camper te volbrengen.
Hoeveel keer Cor het stuur naar links en rechts gezwenkt heeft weet ik niet meer, maar het moet bar geweest zijn en we hebben ons vele malen afgevraagd waarom men deze weg heeft aangelegd want eigenlijk is het nutteloos geweest.
De meeste mensen die hier aan gewoond hebben, zijn er ook al lang geleden achter gekomen dat het eigenlijk niets om het lijf heeft om hier te wonen. De meeste spulletjes waren allang verlaten namelijk.
Maar goed, het was wel een hele mooie weg. Uiteindelijk kwamen we in Kingwood terecht, het doel van deze trip.
Hier zou volgens onze gegevens nog een historische trein door het gebied rijden, uiteraard met een oude locomotief en wagons.
Maar we zijn het dorp doorgekruisd, konden niets vinden van een spoor of station, laat staan trein, toen maar eens hier en daar gevraagd en wat bleek, de trein was al een paar jaar uit de vaart en het spoor hadden ze weggehaald.
Het toeval wil dat we juist voor een groot oud hotel, wat ook voor restaurant doorging, stonden geparkeerd.
Ik was daar al binnen geweest en had al gevraagd over de trein, maar degene die me te woord stond wist van niets.
In een ooghoek had ik gezien dat het ook een soort van hotel/restaurant was en trok al gelijk de vergelijking met Fawlty Towers en de ober Manuel.
Ik vertelde erover aan Cor, die buiten in de camper zat te wachten op nieuws over de trein. Hij moest lachen en wilde dat ook wel eens meemaken, dus reed de camper achterom het hotel.
Via de achterdeur schoffelden wij naar binnen en zagen de kok, die ook al op de kok van Fawlty Towers leek, compleet met vuil wit shirt. Er liep zelfs een ziekachtige kat buiten…..
We schoven aan een tafel en al snel kwam ‘Manuel’ naar ons toe, hij bleek hier de baas te wezen en kwam oorspronkelijk uit Parijs.
Het wekte ons allemaal erg op de lachspieren en zagen ook nog een dikke spinrag met spin in de oude vensterbank en een stoel die met veel te veel lijm in elkaar gelijmd was.
‘Manuel’ was schuchter, verlegen en erg onzeker, vergat van alles, maar toen wij het voortouw aanboden graag te willen praten, en hij hoorde dat wij ook uit Europa kwamen, was hij niet meer te stuiten en vertelde heel veel over zijn levenswandel, wat best wel interessant was. Hij zette ook best wel een paar aardige borden voer voor ons neer.
Na een vriendelijk afscheid gingen we ons beraden hoe we de verdere dag verder zouden reizen.
Er waren niet zoveel mogelijkheden om verder te touren, dus we kozen voor de weg naar Morgantown en daar beraadde we ons verder.
We kozen ervoor om binnendoor naar Wheeling te rijden, over highway 250, we hoopten dat deze weg misschien toch wat soepeler zou verlopen dan het stuk van het begin van de dag.
Forget it. Het was een moordend traject, waar we in het begin van dit blog al over de vele bochten spraken, was dit traject nog erger.
Campings waren er al helemaal niet, het enige wat we tegenkwamen waren meest allemaal vervallen, verlaten towns en huisjes, soms wel wat leuks ertussen, maar meestal dramatisch maar wel sfeervol.
De Highway(!) was erg smal, bochtig en zat vol met gaten en kuilen zodat we ons afvroegen of het servies het wel zou overleven. We konden soms niet harder dan 25 mile per uur.
Maar uiteindelijk, na uren, we werden het zelfs een beetje zat, kwam het eind toch in zicht, bij het stadje Moundsville, wat aan de Ohio River ligt.
Toen werd de weg iets beter en reden we langs de rivier noordwaarts tot een grote brug bij Wheeling, een flinke stad.
We reden met de camper de grote brug over de Ohio River over om tevens de negende staat van onze reis binnen te snorren.
In principe proberen we altijd zoveel mogelijk de snelweg/interstate te mijden maar na zo’n parcours als vandaag vonden we het gewoon eens even lekker om rechtuit te rijden en het gas in te trappen.
Het was ons al bekend, West Viriginia is in principe alleen maar rotsgrond, dat houdt in, eigenlijk alleen maar bergen, dalen en rivieren. Een fantastische mooie staat maar het kost veel energie om hem te doorkruisen, er is geen plek vlak.
Maar goed, we zitten nu in Ohio, we reden nog zo’n 40 km op de interstate 70 en verlieten hem om een plek voor de nacht te vinden op het Barkcamp statepark bij Belmont.
Het was tegen achten dat we het kamp opsloegen en we staan nu tussen de paarden in op een horsecamp, heel leuk.
We hebben net warm gegeten aan de picknicktafel bij kaarslicht met paardengehinnik op de achtergrond en een raccoon die even bij ons kwam kijken, heel gezellig.

 

Zaterdag 13 juni
Het was weer een mooie morgenstond, we konden weer lekker buiten ontbijten en zagen intussen de paardenmensen met hun paarden bezig, heel leuk zo.
Het verbaasde mij dat die paarden gewoon ’s nachts aan een lijn vlakbij de kampeerplek in het bos worden gezet en geen kik geven, ze vinden alles best, er stonden zo’n 7 paarden bij ons in de buurt en we hebben niets gehoord, op een briesje af en toe na.
Tevens gingen we ook nogal een zware knoop doorhakken om weer wat van het programma te schrappen. We hadden graag nog wat noordwaarts getrokken naar de county’s Wayne en Holmes om daar een Amish gebied te bezoeken maar we zouden daar dan op zondag aankomen en moeten er dan vanuit gaan dat de evenementen die ze doordeweeks houden dan niet gehouden worden. Ook zou het weer een dag kosten en we zijn eigenlijk een beetje achter geraakt op het schema, dus we hebben besloten om westwaarts via de interstate kilometers te gaan maken.
Na de loodzware dag van gisteren, van de driver en navigator, was het nu, hoppa, de interstate 70 west op, cruise control aan en we brulden dwars door de staat Ohio, langs de hoofdstad Columbus richting de volgende staat Indiana.
Onderweg zagen we toch nog over een viaduct (dwars over het gebrul van het verkeer van de interstate heen) een Amish met zijn koetsje ons pad kruisen.
Een stukje voor Springfield was het tijd voor koffie en lunch en we enterden voor het eerst een Wafflehouse binnen, nieuwsgierig wat dat nou eigenlijk precies was. We zijn er al tientallen keren voorbijgereden op onze reis en wilden nu wel eens weten wat de pot daar schaft.
In een woord geweldig, we kunnen het iedereen aanbevelen.
Lekkere koffie en heerlijke gerechten. Het leek alsof Jomanda achter de balie stond maar het bleek toch iemand anders te zijn.
En verder gingen we weer, bij Richmond kwamen we de staat Indiana binnen, de tiende staat van deze trip.
De camper had er nog volop zin in, Cor hoefde alleen het stuur maar vast te houden en zo buffelden we door naar Greenfield, vlak voor Indianapolis.
Zo’n 460 kilometers zijn voorbij gevlogen deze dag.
Toen vonden we het wel mooi en zochten een plek op op een Koa camping waar we voor het eerst sinds dagen weer eens een internetverbinding hadden.
We staan op een mooie plek op het gras en als ik dit online heb gezet gaan we eten klaarmaken. Tot de volgende keer!

Hallo allemaal!
Zondag 14 juni We kwamen een beetje laat op gang, hebben even gedoucht en de was gedaan en gingen dus pas tegen 12 uur aan de rit.
We zochten de interstate 70 weer op en trokken verder westwaarts.
Na een kwartiertje kachelen kwamen we bij de hoofdstad van Indiana, Indianapolis. Het was zondag dus het was redelijk relaí langs de weg dus waren we er redelijk snel voorbij. Deze dag was Cor niet zo gemotiveerd om veel kilometers te vreten dus al gauw lastten we een break in en gingen koffie drinken bij de Mac.
Het was een lekker bakkie en verder ging het weer naar het grensstadje van de staat, Terra Haute.
Daar kwam de tweede break, weer wat boodschapjes gedaan en wat rondgeslenterd in de Walmart.
Het was nog enkele mijlen te gaan en toen kwamen we bij de elfde staat van onze trip aan, Illinois. Cor en de camper hadden er weer volop zin in en we zoefden nog weer een flink eind langs de interstate Illinois binnen tot bij het stadje Effingham.
Daar had de camper grote dorst en wij flink honger, en toen dit alles gestild was trokken we noordwaarts van de interstate weg naar het dorpje Windsor.
Daar vonden we ergens in de buurt het statepark Wolf Creek. Enorm groot maar voor de meeste mensen ligt het niet echt in de route dus het is vrij stil hier.
Het weer is sober maar de temperatuur is lekker. Na het installeren gingen we koffie drinken, en toen kwam er een vrouwelijke campinghost om de dollars te innen.
Ze was buitengewoon vriendelijk, was uiterst verbaasd dat een stel Nederlanders deze plek wisten te vinden, en nodigde ons uit om bij haar familie en een clubje vrienden de avond bij het kampvuur door te brengen. Dat sloegen wij niet af en het werd een hele gezellige en in zekere zin ook een leerzame avond, voor beide partijen, want we hebben heel wat informatie over onze landen, in het byzonder natuurlijk over deze staat Illinois, uitgewisseld. We kregen van deze vriendelijke mensen zelfgebakken brownies en koffie, wat ons heerlijk smaakte, we hebben veel gelachen en doken vrij laat ons bedje in.
De tijd is weer een uur versprongen, we lopen nu 7 uur achter op Nederland, het is hier Central Time.
Tot de volgende keer!

Amish day
Maandag 15 juni
Na het ochtendritueel zijn we weer vertrokken vanaf het byzonder mooie maar buitengewoon dun bevolkte Wolf Creek state park en zwierven noordwaarts door de enorme uitgestrekte bouwlanden richting de dorpjes Arcola en Arthur.
We kregen gisterenavond een gouden tip van onze gastvrije buren dat er in en om die dorpjes nog een grote Amish cultuur aanwezig was. Aangezien we het in Ohio een paar dagen terug hebben laten lopen vanwege de te grote afstand paste het hier beter in het reisschema.
In het eerste dorp Arcola was het visitorcentrum en even verderop was Rockome Gardens.
Dit was een soort van themapark over de Amish leefwijze. Helaas was dit op maandag gesloten maar we kregen wel een indruk.
Toen gingen we verder richting het dorp Arthur. Daar was het super, we kregen het Amish leven op een dienblad aangeboden.
Onderweg zagen we al landwerkers met paarden en Amish boerderijtjes waar we de klederdracht aan de lijn zagen hangen en buggy’s met paarden ervoor langs de weg.
We hebben de camper in de dorpskern van Arthur geparkeerd, hebben enkele winkels bezocht waar we door Amish gebakken brood, chips en een cinnamonrol hebben gekocht.
Toen gingen we even verderop koffie drinken en de lunch gebruiken in een Amish restaurantje met waar twee Amishgirls werkten die we spraken over hun leven maar die ook geïnteresseerd in ons waren.
Met de regelmaat zagen we koetsjes het restaurant passeren en er kwam ook nog een Amish baardmans met strooien hoed met zijn little boy in dezelfde outfit, uiteraard nog zonder baard, het restaurantje bezoeken.
We hebben erg genoten van deze middag, van het reilen en zeilen van deze gemeenschap. Tegen drie uur verlieten we deze byzondere plaats en gingen weer verder noordwaarts, tot aan Decatur.
Daar zag ik plotseling een servicestation en aangezien de camper al 3000 mijl (5000 km) had gereden met ons werd het tijd voor een full servicebeurt.
De verhuurder, Cruise America, wil graag na elke 3000 mijl een servicebeurt voor zijn campervloot en als dat net in de tijd valt dat je hem huurt moet je dat dus onderweg laten doen en krijg je het geld terug als je de camper inlevert.
Alle vloeistoffen en filters zijn vervangen en de banden zijn weer goed op spanning. Alles bij elkaar duurde dat nog geen kwartier.
Van Decatur gingen we westwaarts, richting Springfield en toen verder langs de zuidkant van de city en hielden we de interstate 72 aan tot aan Jacksonville.
Daar gingen we noordwaarts op zoek naar een camping, opgezocht in de Woodallgids. Het was weer een heel gekriskras over landweggetjes maar uiteindelijk hebben we deze Crazy Horse Campground gevonden.
We hebben binnen warm gegeten want het was een beetje fris buiten.
Toen heeft Cor het kampvuur opgestookt en hebben we nog buiten koffie gedronken bij het vuurtje.
We staan op een aardige plek met full hookup, alleen geen internet dus ik typ dit, net als gisteren, maar weer even op Word en probeer het morgen bij een hotel of zo even online te zetten.
Groeten aan iedereen!!

Rivieren Route

Hallo allemaal! Hier is het verslag van dinsdag 16 juni.
De dag begon met regen dus we hebben binnen ontbeten en van een nat Crazy Horse campground vertrokken we via de landweggetjes tussen de maisvelden en andere gewassen door weer richting de interstate 72.
We gingen westwaarts op zoek naar de Illinois Rivier, we moesten een ommetje maken want er was een brug afgesloten.
Eerst reden we zuidwaarts door bouwland en later werd het een heel ruig landschap waar de Illinois Rivier regelmatig buiten zijn oevers trad.
Bij Hardin staken we over van de oostelijk oever naar de westelijke oever over een byzondere stalen hijsbrug.
We gingen weer verder zuidwaarts en maakten een stop bij een visitorcentrum dat uitleg gaf over de grote rivieren en ook over de beesten die daar allemaal om en in leven.

Er was ook een grote lodge waar we de lunch gebruikt hebben.
Even verderop was het dorp Grafton, we zagen daar de Mississippi naar ons toekomen, hier was de samensmelting van de Illinois in de Mississippi een feit.
We hebben daar mooie foto’s en filmbeelden gemaakt en gingen toen weer verder.
We reden langs een schitterende weg die stijf tegen de gigantische Mississippi gecreëerd is richting st. Louis.
Eerst kwamen we nog het stadje Alton tegen waar we over een hele grote brug over de Mississippi heen reden waar we ook gelijktijdig de staat Missouri binnen reden.
Maar we gingen weer terug over de brug want we waren ook op zoek waar de grote rivier de Missouri vanuit het westen de Mississippi in zou spoelen.
We konden daar niet goed bij komen en zagen het alleen uit de verte.
Wel bezochten we een hele grote dam in de Mississippi maar daar bleef het verder bij.
De tour werd nu weer even spannend want we gingen dwars door st. Louis tijdens het spitsuur heen kachelen in zuidwestelijke richting, maar met behulp van Tomtom ging dat weer redelijk.
We belanden op de interstate 44 en ons einddoel was Sullivan.
Intussen zitten we nu in de twaalfde staat van onze tour, Missouri.
We zochten in Sullivan het Meramec statepark op en wilden daar overnachten.
Er was er van alles maar de campground was afgesloten om onbekende redenen.
Toen zijn we maar weer verder op de interstate gereden tot even voorbij Cuba, daar vonden we een klein RV park vlak aan de snelweg.
Daar staan we nu, we hebben net lekker vlees gebakken en met Amish brood opgegeten.
We zitten weer een stuk zuidelijker en dat is ook te merken aan de temperatuur.

Woensdag 17 juni.
’s Morgens vertrokken vanaf het Blue Moon Rv park in de buurt van Cuba, Missouri.
We reden in zuidoostelijke richting over de highway 19, door alweer een schitterend landschap, glooiend, sterk heuvelachtig, bebost, hier en daar weilandjes, een huisje en af en toe een dorp, totdat we uiteindelijk bij een wat groter stadje, Salem, arriveerden.
Daar een beetje kriskras doorheengetourd, het weblog en foto’s online gezet op de parkeerplaats van een hotel, en een break ingelast.
We vonden een kneuterig local lunch tentje en daar lekker aan de koffie, Cor nam eigengemaakte taart en ik nam een tosti, wat waanzinnig goed smaakte.
Intussen de Missourianen belangstellend gadegeslagen, en hun ons.
Deze lunch kostte weer byzonder weinig, we moesten 6,50 afrekenen inclusief twee bakjes koffie per persoon en uiteraard zijn het geen kopjes zoals in Nederland, maar echte Amerikaanse koppen.
Daarna gingen we weer verder in zuidwestelijke richting, we hadden intussen telefonisch contact gehad met Mark, een nederlander die in Missouri is neergestreken met zijn gezin, die we kennen van het Amerika forum.
Hij stelde het op prijs dat we langs kwamen, we spraken af dat we ongeveer tussen vijf en zes in die contreien zouden aankomen.
Voor we daar aankwamen passeerden we nog weer verrassend een Amish gebiedje, de paard en wagens reden gewoon op de vluchtstrook van de highway 60.
Intussen hadden we afgesproken dat we elkaar zouden ontmoeten bij de karateclub in Springfield waar Mark zijn zoontjes de lessen volgden.
Zo gezegd zo gedaan, de tomtom leidde ons op een perfecte manier naar het adres wat Mark had doorgegeven.
Toen wij daar arriveerden kwam Mark naar buiten, en na de begroeting gingen we mee naar binnen en maakten we kennis met zijn vrouw Odile en zijn zoontjes Wesley en Luc, en bleven we bij de karatelessen kijken.
Toen de karateshow afgelopen was nam Mark en zijn gezin ons mee naar een luxe pizzeria in Springfield en daar hebben we met zijn allen lekker zitten te eten aan overheerlijke pizza’s.
Toen dat festijn ook weer voorbij was reden we achter de familie aan naar het dorp Rogersville, waar hun mooie huis staat.
De camper mocht voor de nacht voor hun garage staan, ze hadden zelfs een full hookup voor ons, dus stroom, water en afvoer.
Toen we de camper hadden geinstalleerd gingen we met de familie in the living room aan de koffie met cheesecake en later ook nog aan de borrel.
Wij hadden voor hen een stuk beemsterkaas meegenomen.
Het was weer een gezellige en leerzame avond over het wel en wee van het leven in the USA.
Daarna zochten we de koffer op en waren toe aan een flinke tok.

Donderdag 18 juni
Zomaar flink op tijd op, dat kwam omdat we afscheid wilden nemen van Odile, die ging alweer op tijd op pad voor de business en nam de jongens ook mee om ze af zetten op een kamp, dus die hebben we ook gelijk gedag gezegd.
Toen nog even met Mark aan de koffie, en om een uur of half negen gingen we op pad, Mark voor ons uit, want die moest met zijn auto naar de garage.
Bij de garage liet hij zijn auto achter en stapte bij ons in want we gingen met elkaar wat verderop aan die weg naar een grote Outdoor winkel, Bass Pro Shop.
Het was een prachtige winkel, een huzarenstukje van de inrichters die dit gecreeerd hebben, we keken onze ogen uit.
Alles op het gebied van watersport, visserij, jacht en andere outdooractiviteiten kon je hier vinden. Knotsen van aquariums, kanjers van vissen erin, het was echt een belevenis om dit te aanschouwen.
Na een uur of zo daar rondgedoold te hebben met zijn drietjes, gingen we weer in de camper, terug naar de garage, en hebben Mark zijn auto weer opgehaald.
Daarna ging Mark ons voor naar een Rv servicestation want onze airco zat een beetje los, waarschijnlijk omdat we zo’n zwaar wegennet hadden getrotseerd in West Virginia dat de airco op het dak enigzins was losgetrild.
Twee man sterk van het bedrijf sprongen de camper in en binnen tien minuten zat de hele handel weer muurvast. We vroegen nog naar de kosten maar daar wilden ze niets van weten en wensten ons nog een verdere goede trip.
Daar vlakbij in de buurt lieten we de camper even alleen en stapten we bij Mark in zijn auto want die wilde ons de ‘good old Route 66’, die vlak boven Springfield liep, even laten zien.
Heel wat sightseeing gehad door het noorden van Springfield en we hebben de legendarische bordjes van de route 66 gezien onderweg.
We trakteerden Mark en onszelf tussen de middag op een lekkere lunch bij de Steak and Shake aan de route 66.
Toen bracht Mark ons terug naar de camper, namen we hartelijk afscheid en bedankten hem voor de gastvrijheid en de tijd die hij aan ons heeft besteed.
We zetten de camper weer in de vaart en trokken in een rechte lijn zuidwaarts naar het Las Vegas van het oosten, Branson, waar we om een uur of half drie arriveerden op een Koa camping die een shuttle service heeft naar ‘de strip’.
Het is hier erg warm en ik zit nu in de camper met de airco aan, hopenlijk wordt het vanavond wat koeler en kunnen we wat van Branson gaan bekijken.

Vrijdag 19 juni

Hallo allemaal!

Gisterenavond zijn we met een shuttle van de camping naar Branson downtown gebracht en hebben we daar lekker zitten te eten in een Texas Steak restaurant.
Toen de honger gestild was gingen we op de townsquare, een soort van arena waar je kon gaan zitten en naar een spectaculair waterspektakel met vuur kijken wat zich daar elk uur afspeelde.
We zaten daar lekker te kijken, het was een warme broeierige avond.

We slenterden daarna nog wat door het bruisende Branson heen en zijn toen met de shuttle weer opgehaald.

Terug op de camping gekomen gingen we al gauw onder zeil want het was al met al toch wel weer een behoorlijke bewogen dag geweest.

Ondanks de warmte hebben we goed geslapen en lekker op tijd werden we vanmorgen weer wakker.
Omdat we lekker in de schaduw stonden van de bomen, konden we buiten eten en zijn toen weer rap vertrokken uit het alweer snel warm wordende Branson.
We reden via de strip waar het alweer erg druk van het verkeer was en het duurde dan ook een tijdje voor we Branson hadden verlaten.
We reden terug naar Springfield naar een filiaal van Camping World om een Woodall camping-gids voor de westelijke staten te kopen want de Woodall’s die we hadden was alleen voor de oostelijke staten.
Vervolgens zette we de gang er weer in, westwaarts, we wilden via Joplin de volgende staat Kansas gaan enteren.
Bij Joplin aangekomen weken we naar rechts van de interstate af, en we kachelden zo de Mother Road Route 66 op, wat voor deze reis ook hoog in het vaandel van onze agenda stond.
We zagen veel oude vervallen pandjes en tankstations met garages uit voorbije jaren van de toen nog zeer populaire verbinding tussen Chicago en Los Angeles, de route 66.
Op een gegeven ogenblik kwamen we dicht bij de state line van Missouri en Kansas en zagen een oude saloon die open bleek te zijn.
Camper aan de kant, het was tijd voor koffie. We gingen naar binnen en gingen braaf aan een tafeltje zitten. We keken om ons heen, het bleek een oud stoffig, rokerig hol te zijn met allemaal vergane figuren aan de bar met een flinke slok op. Hmmm…..
Wij vroegen om koffie, de bardame keek ons heel vreemd aan en zei met krakende stem, koffie?? Dat hebben we hier niet! Met een gezicht van hoe haal je het in je hoofd…
Wij lacherig weer naar buiten, op zoek naar de volgende tent.
We reden de staatsgrens voorbij, een hoek om en toen stond er een dame heel hard naar Cor te zwaaien en te roepen dat we binnen moesten komen. Cor in de ankers, omdraaien en wij naar binnen. De dame in kwestie was Melba, van het tentje Four Women on the Route : http://kansastravel.org/4womenontheroute.htm
Het was een souvenirswinkeltje in een oude garage in route 66 stijl en ernaast had ze een kleine eetgelegenheid. Wij hadden nog steeds geen koffie gescoord dus gingen daar aan tafel. Melba lulde honderduit dat haar broer daar de kok en ober was maar dat hij in geen velden of wegen te bekennen was en dat ze hem ging vermoorden als ze hem weer zag.
Ok dachten wij, dat wordt dus weer geen koffie, maar wat gebeurde er, de broer kwam binnen, kreeg ervan langs van Melba en ging gelijk voor ons aan de gang.
Of we ook wat wilde eten? Ja hoor, dus hij ging hamburgers maken, wat overheerlijk smaakte.
Het was een geweldige lunch in de wereldtent van Melba, echt een aanrader voor een ieder die daar in de buurt komt.
Vervolgens hadden we de juiste route aan Melba gevraagd om bij de allergrootste kraan vermoedelijk van dit continent, misschien wel van de wereld, te komen, Big Brutus in de buurt van West Mineral, Kansas.
We toerden noordwaarts over het vlakke landschap van Kansas. Het was loeiheet. Big Brutus kwam al snel in beeld, hij stak overal bovenuit.
Daar aangekomen gingen we eerst in het bijbehorende museum kijken, vervolgens strompelde Cor in de zinderende hitte naar de kraan om het gigantische bouwwerk op foto en film vast te leggen, ook is hij in de kraan geweest.
Daarna zijn we weer in zuidelijke richting vertrokken, waar we vandaan kwamen, nog weer even de route 66 opgezocht, we gingen een klein stukje Oklahoma in en weer terug Kansas in. Toen maar weer eens tanken want hij was weer aardig leeg..
Vervolgens gingen we westwaarts, langs de onderkant door Kansas, naar Coffeyville. We vonden daar een primitieve gemeentelijke overnachtingsplaats waar we gezellig gingen kokkerellen, lekker buiten koffie hebben gedronken en heerlijk geslapen hebben.

Zaterdag 20 juni
Rond een uur of tien, na het ontbijt, vertrokken we van de gemeente campground zonder te betalen want er was niemand die zijn hand ophield.
Na een kort ritje waren we alweer bij de volgende stop, we gingen het Dalton Museum in Coffeyville bezoeken.
Voor we naar binnen gingen ging Cor voor de camera vertellen hoe belangrijk dit punt op de agenda van deze trip stond.
Cor begon net heel lyrisch te vertellen hoe hij aan de kennis van de Dalton familie was gekomen toen er opeens een trein de overgang vlakbij naderde en op een idiote manier aan zijn stoomfluit begon te trekken, dat overstemde alles en tot overmaat van ramp kreeg de cameravrouw Ingrid nog eens de slappe lach erbij dus Cor zijn hele briljante interview viel in de soep.
Achteraf dacht Cor bij zichzelf, waar ben ik toch nou weer mee bezig, staat hier een vent van 58 met zijn stripboekje van Lucky Luke, uit Nederland meegenomen, een interview voor zijn cameraatje te maken.
Dat werkte Ingrid dus nog meer op haar lachspieren, maar goed het interview is toch gelukt, al gaat de camera wat op en neer.
Daarna gauw naar binnen en genoten van alle antiquiteiten die het museum te bieden had, niet alleen over het Dalton gebeuren maar ook allerlei huis- tuin en keukengerei stonden er tentoongesteld, en uiteraard ook wapens en revolvers.
Er werd ook een video afgedraaid van de laatste overval die de Dalton-gang gepleegd hadden hier in Coffeyville in 1892.
De overval was wel gelukt maar ze hebben het met hun leven moeten bekopen.
Daarna nog even de oude jail bekeken die nog bewaard was gebleven, de oude bank die ze beroofd hebben, de steeg waar ze werden neergeschoten en als laatste naar het kerkhof waar Cor hun graf ook nog heeft bezocht.
Cor wil nog even kwijt dat hij zelf natuurlijk geen gangster is maar dat het hem erg fascineert hoe dat vroeger allemaal in zijn werk ging.
Intussen stond onze motorhome al te schrapen, die wilde allang alweer verder, dus we sprongen erin en we brulden met gang over de highway 166, door mooie golvende prairies in westelijke richting naar het stadje Arkansas City.
Daar was het lunchtime, we hebben een lekkere sandwich met koffie genuttigd in de lokale tent en gingen toen weer verder.
We kruisden de interstate 35 en een aantal mijlen verderop gingen we bij Caldwell zuidwaarts en enterden voor de tweede maal de staat Oklahoma.
Bij Medford even aan de kant bij een motel om even illegaal op hun wifi het weblog van gisteren en de foto’s online te zetten en verder ging het weer zuidwaarts naar het stadje Enid.
Daar gingen we weer naar het westen, we reden door een mooi golvend landschap met dreigende luchten erboven, en op een gegeven ogenblik reden we een flinke stevige bui binnen die zo hevig werd, dat we de camper even aan de kant hebben gezet.
Het was van korte duur en we konden weer verder richting Woodward, het eindpunt van deze dag.
Ondertussen keken we met een scheef oog naar de ongelooflijke byzondere en dreigende luchten en Cor hoopte natuurlijk dat hij een tornado uit die wolken zag komen. Ik was blij dat dat niet gebeurde.
Een aantal mijlen voor Woodward sloegen we af naar het statepark Boiling Springs waar we de nacht door wilden brengen.
Het was intussen al een uur of acht en het was wel weer mooi geweest voor vandaag.
We staan op een hele mooie plek, hebben net warm gegeten, het is hier niet zo erg warm dus we kunnen lekker buiten zitten en gaan dat zo nog even doen, in het donker.

Nogmaals bedankt voor alle leuke berichten in ons gastenboek, dat is erg leuk om te lezen en we kijken er steeds weer naar uit!

Zondag 21 juni
Zondagmorgen vertrokken we tegen half elf van statepark Boiling Springs met stralend weer.
We gingen zuidwaarts over binnenwegen dieper Oklahoma in richting Clinton, aan de interstate 40.
We reden dwars door uitgestrekte bouwlanden, meestal met graan en kwamen uiteindelijk bij het stadje Clinton aan.
Daar zou een Route 66 museum wezen die we al snel vonden dankzij Tomtom.
Uiteraard moeten we natuurlijk vermelden dat we hier de Mother Road van de USA weer oppikten.
Maar ojee, een domper, we zagen uit de verte al dat het gesloten was, maargoed het was wel tijd voor koffie en aan de overkant was een Route 66 Italian restaurant waar we de lunch hebben gebruikt.
Toen we weer buiten kwamen keken we naar de overkant en zagen dat het een drukte van belang was bij het museum, wat bleek, het ging pas om 1 uur open.
We zijn naar binnen gegaan en hebben er intens van genoten, ze hadden een schitterend beeld van de geschiedenis van de Route 66 weergegeven en we gingen met een arm vol items en een brede grijns weer naar buiten.
We gingen weer planken, ditmaal op de interstate 40, die ligt op de legendarische Route 66 en hier en daar loopt hij nog parallel aan deze snelweg.
Na pakweg anderhalf uur konden we het mooie Texaanse state bord fotograferen, de entering van de vijftiende staat van deze trip, Texas, was een feit.
In het eerste behoorlijke stadje wat we tegenkwamen, Shamrock, gingen we de dorst lessen van de camper en voort ging het weer, alsmaar west.
We denderden door over het asfalt en het landschap werd steeds vlakker, met enorme vergezichten over de Texaanse plains.
Totdat we uiteindelijk ons einddoel Amarillo naderden, waar Tomtom ons feilloos op een Koa camping bracht.
Niet echt een mooie camping maar van alle gemakken voorzien, dus ook internet, en we moeten morgen de was weer eens doen.
We kregen een aardige plek onder de bomen, we sloten de camper nog niet aan want we wilden nog voor de warme hap de stad in.
Er was net een mannetje van de campingcrew in de buurt en die gaf de tip dat we met een limousine gehaald konden worden en ons dan naar de grootste vreetschuur van Texas kon brengen, the Big Texan Steak Ranch.
We hadden daar al eens over gehoord op een documantaire op de Nederlandse tv dat als je daar een steak van ruim 2 kilo binnen een uur op kon eten, je hem dan gratis kreeg en bijgeschreven werd in de boeken.
We werden dus opgehaald van onze camperplek door een limousine met Texaanse driver Roger, compleet met cowboyhoed en een dikke meter lange koehoorn op de motorkap.
Grijnzend stapten we in en hij bracht ons feilloos naar die vreetbunker.
Nou, het was de moeite waard, voor een beetje liefhebber van een goede lap vlees voor iedereen aan te bevelen.
Een leger cowboys- and girls liepen door de tent te rennen om het iedereen naar de wens te maken en een oldtimer countrybandje begaf zich tussen het publiek om de bekende cowboydeuntjes ten gehore te brengen.
Intussen hoorde je de koks schreeuwen of ze achter een kudde longhorns aanzaten, je zag ze dan ook hard aan het werk, compleet met vlammende pannen.
Bijna iedereen, zowel personeel als gasten hadden witte cowboyhoeden op, en de girls hadden korte strakke spijkerrokjes met mooie kousebanden om de bovenbenen.
In de zaal was een verhoogd podium en daar mochten de supergrote veelvraten plaats nemen om een poging te doen om de mega steak van ruim twee kilo soldaat te maken, compleet met opzwepend publiek eromheen.
Tsjonge, wat een ruig volk die Texanen, we keken onze ogen uit!
We hebben vier flinke kerels gezien die een poging gingen ondernemen maar ze kregen het niet voor elkaar om binnen een uur zo’n lap weg te pruimen.
Dus moesten ze hem betalen maar mochten wel het restant in een doggy bag meenemen.
Onze maaltijd was ook zeker een van de besten die we deze trip genuttigd hebben.
Inpandig was er ook nog een grote shop met uiteraard veel Route 66 items en een hoop Texaanse gekkigheid wat ook allemaal gretig gekocht werd.
Cor liep tegen de kruin van een longhorn bul aan, twee mooie bewerkte hoorns die tegen elkaar gemaakt zijn. Hij wilde die al een tijdje hebben en dit keer was de gelegenheid er.
We moeten nog maar zien hoe we die thuis krijgen want het is best een groot ding.
Toen we buiten kwamen stond de limousine met Roger al weer klaar, we stapten in en ook nog drie andere mensen uit Arizona, die werden elders gedropt, en wij weer bij ons campertje.
Tot de volgende keer!

 

Maandag 22 juni
We hadden een drukke ochtend, allebei douchen, en het was wasdag.
Ondertussen lekker buiten ontbeten en daarna in de startblokken en gaan met die banaan, dwars door Amarillo.
Ook nog even aangewipt bij de Walmart voor de hoog nodige boodschapjes.
Daarna scheurden we met de camper de interstate 40 weer op, we hadden vandaag 475 km voor de boeg.
Onder de strakke blauwe Texaanse sky reden we door de uitgestrekte prairies, waar we enorme koppels vleesvee zagen grazen.
Exact om twee uur arriveerden we bij het state bord van New Mexico, onze zestiende staat van deze trip.
Een prettige bijkomstigheid was, dat we gelijk een uur extra cadeau kregen want we gingen de mountain timezone in, dus zitten we nu op 8 uur verschil met Nederland.
Na het fotomoment die we altijd maken van het bord van de nieuwe staat, reden we weer verder tot aan Tucumcari, daar gleden we van de interstate af om nog weer de good old Route 66 door het dorp te volgen.
Dit was ook echt weer de moeite waard en het werd tevens tijd voor de lunch, we zagen een Route 66 restaurantje en daar gingen we naar binnen.
We kregen een heerlijke lunch aangeboden voor weinig dollars en zaten daar gezellig.
Toen de honger gestild was struinden we nog even met de camper door de zijstraatjes o.a. door de oude winkelstraat waar we nog oude antieke leegstaande mexicaanse pandjes zagen die in de greep van de verloedering terecht gekomen zijn.
Ook zagen we een paar mooie muurschilderingen.
Toen lieten we Tucumcari voor wat het was en zochten de interstate weer op.
Het landschap om ons heen werd nu heel erg dor, je zag haast geen vee meer alleen wat struikjes en hier en daar een vervallen boerderijtje wat al jaren verlaten was.
Sinds gisterenmiddag vanaf Clinton, Oklahoma, tot aan vanmmiddag hebben we de hele tijd op de Route 66 gereden, al is het dan nu interstate 40 geworden, soms zie je hem er nog naast lopen, andere trajecten ligt de snelweg er gewoon overheen en meestal loopt hij door de dorpen heen, waar de interstate er om heen gaat.
We reden nog een heel eind door, westwaarts, tot vlak voor het dorp Clines Corners, hier verlieten we definitief de interstate 40 en gingen verder noorwaarts via de 285 naar Santa Fe waar we een Koa camping vonden.
We bestelden een mooie plek en gingen eerst, op aanraden van de camping mevrouw, uit eten bij Harry, even verderop.
Daar maakten we voor het eerst mee dat we de camper niet kwijt konden en Cor parkeerde hem dus maar ergens in de berm op een hoek.
Het restaurantje van Harry was Mexicaans en het was er ontzettend druk, we moesten een half uur wachten voor we aan tafel konden, en dat op een maandagavond.
The food was good, en de temperatuur buiten is ook een stuk aangenamer, iets lager dan de vorige staten en niet meer zo vochtig gelukkig.
In de schemer hebben we net nog lekker zitten koffie drinken bij de camper.

Dinsdag 23 juni
We werden vanochtend op tijd luidruchtig gewekt door een kraan en shovels die aan een klus op de camping bezig waren. Het was geen verrassing, we waren er al voor gewaarschuwd door de campinghost.
Het stoof niet dus we konden buiten ontbijten in het zonnetje. De temperatuur was wederom erg aangenaam.
Toen we ready waren vertrokken we van de camping, gingen met de camper naar de oude historische stadskern van Santa Fe en konden hem daar op een grote parkeerplaats parkeren.
We gingen aan de wandel en kwamen als eerste bij de oudste katholieke kerk in de USA, een cathedral uit het jaar 1610, best wel uniek voor Amerika.
De kerk was uiteraard uit de tijd van de Spanjaarden die hier al snel het katholieke geloof kwamen prediken.
De kerk was waanzinnig mooi van binnen, we keken onze ogen uit en hebben dan ook een tijdje op de kerkbank om ons heen zitten kijken, zie de foto’s.
Toen liepen we verder naar de historische plaza waar indianen van allerlei stammen hun zelfgemaakte kunstwaar buiten op kleden tentoonstelden om te verkopen.
Op een gegeven moment kwamen we een soort van open bus tegen die een rijtoer door het oude Santa Fe verzorgde. Hij leek wel vol maar ik maakte een praatje met de driver en toen met wat passen en meten konden de slanke dennetjes Cor en Ingrid er nog net bij.
Het werd een tour van dik een uur en we kregen alles wat zo’n beetje interessant was van het stadje te zien en te horen van de driver die ongelooflijk veel van de oude architectuur, de geschiedenis en de indiaanse galeries afwist.
Halverwege de rit stopten we bij een grote galerie buurt en mochten we daar even loslopen en hebben de kunsten van de kunstenaars van dichtbij gekeken.
We reden ook nog door een ontzettend oude buurt in met karakteristieke huisjes in modderkleur waar Santa Fe om bekend staat en waar Santa Fe vermoedelijk ontstaan is.
We stapten weer uit op de Plaza en gingen toen lekker lunchen en winkelen.
De meeste waar die aangeboden werd was afkomstig van de indiananen en was ontzettend creatief en kleurrijk.
We hebben genoten in Santa Fe deze dag.
Tegen half vier zochten we de camper weer op, de Tomtom bracht ons Santa Fe uit, noordwaarts, langs de Rio Grande gingen we de bergen in, wat hier de zuidelijke uitlopers zijn van de Rocky Mountains.
We hadden een rustige rijdag vandaag, een dikke 100 km, om in het tweede karakteristieke spaans/indiaanse nederzetting, verheven tot een klein stadje, te arriveren, Taos genaamd, nog steeds in de staat New Mexico.
Daar vonden we de volgende camping, de captain was al vertrokken dus we zochten zelf een plekje en betalen morgenochtend.
Voor we gingen installeren hebben we Taos nog even op en neer gereden, en teruggekomen op de camping maakten we zelf een avondprakje en aten dat binnen op want we hadden even een regenbuitje, wat weer snel over was zodat we buiten koffie konden drinken en naar de bewolkte avondsky en de bergen konden kijken.

Woensdag 24 juni
Na een goede nacht op de camping in Taos, ex Koa, hebben we buiten ontbeten, propaan getankt bij een leuke indiaan en weer hurry up.
Nog even door een achterbuurtje heengereden in Taos, o.a. het huisje van weer zo’n westernlegende uit het verleden, Kit Carson, bekeken vanuit de camper want we konden de camper met geen mogelijk kwijt daar, het is allemaal erg krap en druk.
Daarna kregen we een geweldige route voorgeschoteld door het noorden van New Mexico, al snel doken we de bergen in, diepe dalen, dan weer heel hoog klimmen en natuurlijk hadden we prachtige vergezichten.
We passeerden hele mooie dorpjes, soms ook wel vervallen hutjes, met fabelachtig weer erbij, een strak blauwe lucht, zon en een fijne temperatuur, dus het was weer top.
We zagen zelfs op een puntje van een van de hoogste bergen waar we langs kwamen sneeuw liggen.
Rond de klok van enen kwamen we tot stilstand bij het schitterende bord van onze zeventiende en tevens laatste staat van onze tour, Colorado.
We kachelden weer verder en zagen gelijk al veel wild langs de weg, herten, wilde paarden en zelfs een coyote.
Het landschap bleef waanzinnig mooi, weidse plains waar we over heen reden, die omgeven werden door bergen van allerlei kaliber.
We hebben vrijwel al de tijd noordwaarts gereden en bij een heel mooi westerndorpje op een driesprong, Fort Garland, gebruikten we de lunch.
Het was een oud cafeetje waar de geweren in de paraplubak stonden maar het eten en de koffie waren er goed.
Na deze break denderden we weer verder over het asfalt, nu in noordoostelijke richtig tot aan Walsenburg, alweer een mooi westernstadje, al klinkt het een beetje europees.
Daar ging Cor ineens in de ankers en klapte de camper aan de kant, hij had iets moois gezien.
Een fabelachtig mooi wandkleed hing er bij een oude winkel aan de buitenwand. Het was het enige wat mooi was, de rest was tweedehands troep.
Cor kocht het kleed en was er enorm mee in zijn nopjes, er staat een bald eagle op en wat indiaanse versieringen. Hoe we alles mee naar huis moeten nemen is mij nog een raadsel maar we zien wel…..
We verlieten het stadje weer om de interstate 25 noord op te duiken, en zo een flink aantal kilometers te vreten om ons einddoel te bereiken, Colorado Springs.
We ontdekten al gauw, toen we daar in de buurt kwamen, dat het puur zo’n stad is en waren dus weer erg blij met onze Tomtom.
Onderweg op de snelweg had ik al een camping uitgezocht in de Woodalls, en daar reden we zo heen.
In eerste instantie viel de camping niet helemaal mee, de campers staan hier erg krap naast elkaar en daar houden we eigenlijk niet zo van maar goed, we waren moe en blij dat we een plekje hadden in deze drukke buurt. Alle campings waar we langs gereden waren leken al vol.
Maar het had ook zijn positieve kant want deze camping ligt op een steenworp afstand van het rotsformatiepark the Garden of the Gods, wat ook op ons verlanglijstje staat en die we dus morgen zo kunnen gaan bezoeken.
We hadden geen zin om zelf eten klaar te maken en we hoorden muziek uit een of ander paviljoen komen, dus we liepen erheen en zagen een bandje spelen, een man en een vrouw op gitaar, wat erg leuk klonk, en je kon gelijk eten erbij bestellen voor 7 euro de man, dus bingo!
We namen de hap mee naar een picnicktafel in het gebouwtje en genoten van het eten en de muziek, ook verzoeknummers van Cor speelden ze.
We maakten kennis met de muzikanten Patty en Larry Herd en hadden nog een geanimeerd gesprek met ze.
Toen gingen we weer naar de camper om het weblog bij te werken en nu gaan we lekker buiten aan de koffie op deze funky camping waar we hier en daar een vuurtje zien branden.
Tot de volgende keer!

Donderdag 25 juni
Al vroeg vertrokken van de camping en na een paar mijl bereikten we het byzondere Garden of the Gods.
We bezochten de Trading Post met allerlei prachtige indiaanse spullen, het een nog mooier dan de ander en ik heb een paar mooie, soort van leren teenslippers met indiaanse sieraden erop gekocht en ben er erg mee in mijn sas.
Vervolgens maakten we met de camper een tocht door het park, we durven met een gerust hart te zeggen dat dit toch wel weer een van de zoveelste wereldwonderen was die we deze reis mochten aanschouwen.
De meest byzarre rotsformaties aanschouwden we tijdens de tocht door het park, echt een aanrader voor een ieder die in deze buurt komt om mee te pakken, zie de foto’s.
Daarna gingen we op zoek naar het volgende fenomeen, het wereldberoemde goudzoekersstadje Cripple Creek.
Zo’n dikke 9000 ft hoog in de bergen vonden we Cripple Creek, een vrij groot dorp, gelegen in een soort van kom.
We reden het dorp binnen en in een achterstraat parkeerden we de camper.
Het dorp is erg karakteristiek en mooi met schitterende pandjes en ook grote ouderwetse degelijke gebouwen want in de tijd dat hier volop goud gevonden werd, werd hier met geld gesmeten.
Maar helaas, we konden bijna geen deur opentrekken of er stonden gokautomaten en dat vonden we heel triest.
Cripple Creek is dus een echt gokstadje geworden, verscholen diep in de Rockies.
Maar het aanschouwen van het dorp vonden we beslist heel byzonder, vooral ook omdat er in het dorp helemaal geen vlak stukje was, alles was berg en dal.
We hebben toch nog met veel spul en moeite de lunch ergens kunnen gebruiken maar een gewoon knap koffierestaurant waar je niet tegen een gokkast opliep was er niet te vinden.
Je kon ook nog met een klein treintje de bergen in maar het weer was erg wisselvallig, de ene na de andere onheilspellende lucht trok over het dal en af en toe viel er ook regen, dus dat deden we maar niet.
Na een paar uur daar gebleven te zijn zakten we weer af via dezelfde weg naar het dorpje Divide, waar we afsloegen,en westwaarts gingen rijden.
Het was een tocht dwars door de bergen, en ineens kregen we een waanzinnig mooi vergezicht over de plains, we zagen de weg eindeloos ver voor ons uit strekken en tegelijkertijd kwam er een enorme zware donderbui tussen de bergen door over het prairieland ons tegemoet schuiven.
We bleven stilstaan en er een tijdje naar kijken, zo fascinerend was dat.
Totdat de bui vlakbij ons kwam en een staande bliksem ook, toen zijn we maar gaan rijden, rustig aan door de bui heen naar beneden en over de plains door het watergordijn en de zware donders en bliksems door.
Het einddoel van deze dag werd Buena Vista, waar we neerstreken op de Koa camping waar Emmy, Willy en ik vorig jaar ook overnacht hebben.
Deze camping heeft een waanzinnig uitzicht over een dal met daarachter besneeuwde bergen. We stonden haast op dezelfde plek als vorig jaar en hebben een tijd buiten gezeten, genietend van het uitzicht.
We zijn ook nog wezen eten in een lokale tent die ons aangeraden werd door de campingbazen. Het eten was erg goed en het was er gezellig.
Toen we terug reden naar de camping zagen we ongelooflijke dreigende luchten boven de bergen en de bergtoppen waren volledig verdwenen.
Maar het heeft de camping niet bereikt, het bleef droog de hele avond.

De Rockies Tour

Hallo allemaal!

We schrijven vrijdagavond 26 juni.
Zo sober als het gisteren was toen we hier aankwamen, zo zonnig begon deze laatste vrijdag dat we op dit continent zitten op de camping op de berghelling in de buurt van Buena Vista.
Gauw de kleren aan, de camper uit en genieten van het magistrale uitzicht over the valley met aan de andere kant de reusachtige bergen met nog sneeuw op de toppen.
Lekker buiten ontbeten onder de boom, we hadden een aangenaam europees onderonsje met de buren, naast ons stond een echtpaar uit Duitsland en daar weer naast stond een Amerikaanse Belg die hier al bijna 25 jaar woonde, maar hij was zijn moedertaal nog niet vergeten dus we konden lekker met hem praten.
Cor had ook nog een heel gesprek op zijn krakkemikkige engels met de duitser die ook niet bepaald vloeiend engels sprak, dus ik zat dat grinninkend aan te horen.
We gingen er weer vandoor, we reden de vallei in, noordwaarts, nog een laatste blik werpend links en rechts, op Buena Vista en trokken de mountains weer in.
We gingen weer hoger, klimmen en klimmen, en kwamen alweer bij een schitterend stadje terecht, Leadville.
Leadville is het hoogste stadje van de USA en ligt op ruim drieduizend meter hoogte, meestal in de wolken, het heeft ook de bijnaam cloudcity.
Het was dan ook regenachtig toen we arriveerden maar het zag er zo aanlokkelijk uit, dus de camper in een zijstraat geparkeerd en aan de wandel, de hoofdstraat in.
Toen we Leadville binnen reden zagen we al een mooie oude saloon, the Silver Dollar Saloon, die we graag van dichtbij wilden bekijken.
We liepen naar binnen en keken onze ogen uit, of de tijd er honderden jaren stil was blijven staan, wat een sfeertje!
Het was net alsof er ieder moment weer goudzoekers binnen konden komen om weer frisse moed in te komen drinken en daarna weer terug te gaan naar hun goudaders.
We hebben er koffie en zeer speciale taart, geserveerd door een vrouw die zo uit het graf opgestaan leek, genuttigd.
Daarna gingen we de straat weer op en shopten langs de vele mooie kneuterige winkeltjes met soms oude troep maar ook schitterende mooie spulletjes, zoals allerlei soorten mineralen, edelstenen, sieraden, noem maar op.
Hier vonden we wat we gisteren in Cripple Creek misten.
En vooral de krakende vloeren in bijna alle panden vonden we een heerlijk gehoor. Er was ook nog een heel chique ouderwets hotel waar we even binnen zijn geweest.
Leadville is echt, puur, grote klasse! Laten we hopen dat dit nog jaren zo blijft bestaan.
Tegen drie uur zochten we de highway weer op en reden over grote bergpassen naar Avon waar we, waarschijnlijk voor de laatste keer, naar de Walmart zijn geweest.
Ik heb ook aan Cor even laten zien waar de meiden en ik vorig jaar de eerste nacht hebben overnacht op het parkeerterrein.
Toen de interstate 70 op, oostwaarts richting Denver, die weg is echt een kunstwerk van de wegenbouwers, bij de kenners zeer zeker bekend.
Bij Empire verlieten we de interstate in gingen de highway 40 op, noordwaarts, en hier gingen we ook weer naar enorme hoogtes, langs de berghellingen via haarspeldbochten, en weer naar beneden, op zoek naar een camping, die we zo 1,2,3, niet gelijk konden vinden.
De eerste was vol, de tweede gesloten en op de derde was dan toch nog net 1 plekje, zeer primitief, maarja dat zijn we zelf ook, en aan 1 plekje heb je genoeg, nietwaar?
Dus hier brengen we de nacht door van de vrijdag naar de zaterdag.
Volgens de camping host scharrelen er beren vlakbij rond maar die zien we misschien pas morgenochtend want de duisternis valt nu snel in.
We hebben lekker gegeten in de camper onder het genot van een kolentrein die natuurlijk weer net aan de andere kant van de weg langs denderde, maar dat mag de pret niet drukken.

Zaterdag 27 juni
We vertrokken van de camping, reden het stadje Winter Park door en in een zonovergoten vallei trokken we noordwaarts de bergen in.
We wilden vandaag de Trail Ridge Road rijden door het Rocky Mountain National Park.
Dit was voor ons de tweede keer dat we dit park bezochten, het verschil was dat hem we tien jaar geleden vanaf de andere kant gereden hebben, toen was het zwaar bewolkt, en nu hadden we het geluk dat we een stralend blauwe lucht hadden en dat was best byzonder, want we hoorden dat de afgelopen dagen het weer rabberig was.
Het was wel druk tijdens de tocht, iedereen genoot van zijn vrije zaterdag en het stralende weer waarschijnlijk.
We stegen hoger en hoger, tot we rondom in de sneeuw zaten.
Boven op de top was er een visitorcentrum en een mooie giftshop met koffietent. Daar zijn we gestopt en is Cor te voet nog een trail gaan lopen, een flinke trap op.
Het was snijdend koud boven maar het uitzicht was magistraal, het was 12.500 feet (3810 meter) hoog en je keek naar toppen die nog duizend feet hoger waren.
We hebben daar samen aan de koffie gezeten en volop genoten van het uitzicht.
We dachten eigenlijk dat we al een beetje op het hoogste punt zaten, maar toen we weer gingen rijden bleek dat we alleen nog maar hoger en hoger en nog hoger gingen, met naast ons heftige afgronden en geen vangrail of steenrand, gelijk hoppa, steil naar beneden.
Het was gewoon ijzingwekkend en het zweet stond in mijn handen want die kant zat aan mijn kant…..!
Als klap op de vuurpijl hebben we nog schitterende foto’s gemaakt van een aantal herten die daar heel gemoedelijk op die ijzingwekkende hellingen lagen te relaxen en stonden te eten. Ze hadden maling aan de hoogte en de toeristen die ze stonden te fotograferen.
Toen we eenmaal het allerhoogste punt hadden bereikt, dan weet je, dan komt de afdaling.
Nou, dit was natuurlijk ook weer een kunstwerk van de wegenbouwers, dat ze zo’n parcours langs de berghellingen hebben weten te creeeren.
Er waren zeer steile stukken naar beneden toe, met scherpe bochten en weer adembenemende uitzichten, en het duurde best wel lang voor we weer beneden waren.
Uiteindelijk bereikten we ons einddoel van de dag, Estes Park, waar we al telefonisch een plaats voor deze nacht op een Koa camping hadden besproken voor we vanmorgen vertrokken uit Winter Park.
We installeerden de camper en gingen gelijk met een gratis shuttle naar het toeristendorp Estes Park.
We waren hier dus tien jaar geleden voor de eerste keer, toen was het nog een bescheiden dorp voor het toerisme, en nu was het explosief druk en het aantal winkels was enorm toegenomen.
We hebben de eettent opgezocht van toen, aan een kolkend riviertje, en hebben daar lekker buiten op het terras gezeten onder het genot van een live muzikant.
Daarna nog wat door de winkels gestruind, mensen gekeken, koffie gedronken en nu zijn we weer op de camping waar we ons weblog aan het bijwerken zijn, buiten in het donker aan de picknicktafel met een kaarsje anders zie ik de toetsen niet.

Zondag 28 juni
Om een uur of half 11 vertrokken we van de Koa camping in de buurt van Estes Park
Het was weer mooi strak weer en we reden, voor sommigen wel bekend, de mooie route Peak to Peak Highway, zuidwaarts naar het dorp Nederland.
Toen we er vlakbij in de buurt kwamen moesten we al sterk opletten of we het onderkomen van Arthur en Kim zagen want dat was onze planning deze dag.
Het bleek appeltje eitje te wezen, we reden nog hoog boven het dorp toen we links van de weg een mooi houten huis zagen met de twee Beatles op het erf.
Dus dat kon niet missen, dus we toerden vooruit het erf op.
We stapten uit en daar kwamen Arthur en Kim en hun geweldige hond Niles al aanlopen.
Het werd een hartelijke begroeting, Arthur en Cor hadden van de winter al per email afgesproken elkaar deze trip te ontmoeten en nodigde ons dus uit bij zijn huis.
We wisten natuurlijk al dat Arthur een schrijver was maar vertellen kan hij ook als geen ander.
Hij begon gelijk over zijn Amerika avonturen en hoe het allemaal zo is gelopen dat hij nu met Kim hier op deze hemelse plek woont.
We kennen Arthur van het Amerika forum en Cor onderhoudt al een tijdje af en toe email contact met hem, hij is (was) Nederlander en zijn vrouw Kim is Amerikaanse.
We kregen een uitgebreide rondleiding door zijn paleisje en vielen van de ene in de andere verbazing, wat een huis, wat een uitzicht!
’s Middags gingen we met zijn allen in de zwarte Beatle naar beneden en lieten ze ons het byzondere Amerikaanse dorp Nederland zien, waar ook een markt was van kunstenaars die in dit dorp of in de buurt leven.
Er waren ook mooie winkeltjes die we bezochten en we hebben met wat met dorpsgenoten van Arthur en Kim gesproken, die net als hen zeer hartelijk waren.
Het is een byzondere mengelmoes van mensen die hier zijn neergestreken.
In de loop van de middag gingen we weer in de Beatle en toerden we door de bergen langs een wild stromende rivier naar Boulder.
Daar hebben we de auto in de parkeergarage gezet en lieten ze ons een oergezellige winkelstraat meebeleven waar uiteraard de winkels ook allemaal open waren, allerlei muzikanten op straat hun kunsten vertoonden en kinderen in waterfonteintjes pret haddden en wij ook erg veel lol hadden. We liggen elkaar goed, het is net alsof we elkaar al jaren kennen.
We kregen intussen een lekkere hap ijscream van Arthur want het was daar best wel zonnig en warm.
Toen we de straat op en neer gekuierd hadden gingen we weer terug naar de Beatle en reden een klein stukje verder naar een puik restaurant waar we heerlijk hebben zitten te smikkelen en smullen.
Lekker zitten te praten en te lachen daar om vervolgens weer richting Nederland terug te keren en daar nam Arthur het laatste traject nog over een dirt road dus dat was nog wel spannend ook.
De verdere avond met hen doorgebracht op hun balkon aan een drankje, koffie en we raakten niet uitgepraat.
Arthur maakte toen het kampvuur aan een verdieping lager en daar hebben we gezellig marshmellows zitten roosteren om daar een lekker hapje met chocola en crackers van te maken onder een heldere sterrenhemel. Het is wederom een geweldige dag geweest!
Het is hier echt hemels, ik zit dit nu nog bij Arthur op zijn erf te typen, het is de volgende ochtend, maandag 29 juni, prachtig weer, Arthur en Kim zijn naar het werk en wij vertrekken zo ook naar Golden waar we de camper gaan schoonmaken en de koffers gaan inpakken.

29 juni t/m 1 juli
Toen we wilden vertrekken bij Arthur en Kim vandaan, hadden we even een probleem.
Cor ging achter het stuur zitten, sleutel in het contact.. maar ho…waar zijn de sleutels?
Een half uur, drie kwartier samen aan het zoeken geweest voor dat ze boven water kwamen. Ze hingen onder de tafel…..
Toch wel even een vervelend gevoel en dan ben je toch weer rijk als je ze hebt.
Nog een paar mooie bergfoto’s gemaakt met schitterend weer erbij van Arthur and Kim’s Place en toen gingen we ervandoor.
We reden door Nederland heen en namen, voor een heleboel mensen wel bekend, de schitterende route door de bergen heen naar Golden, waar we al een (gisteren besproken) plek op het Dakota Rv Park hadden, net als verleden jaar.
Daar aangekomen gingen we eerst maar eens even lekker aan de koffie bij de camper en vervolgens, met frisse tegenzin, de koffers en de tassen volstouwen, 4 stuks in totaal.
Ook de camper kreeg een opfrisbeurt, wat niet zoveel werk was want we hielden dat elke dag goed bij.
Daarna gingen wijzelf badderen en de kleren wassen en om een uur of zes waren we klaar.
Toen nog even gezeten, bijkomen van alle klussen, en aan de loop.
We staken de weg over voor een hapje te eten bij Suzie’s, een duistere lokale tent, maar ze hadden niet veel te bieden op eetgebied, er was wel live muziek dat ons meestal wel trekt maar voor de rest allemaal erg primitief.
Toen gingen we terug naar de camping en wat bleek? In de camper van Road Bear naast ons bleken twee nederlandse echtparen te huizen.
Ze nodigden ons gelijk uit voor de koffie en/of aperatief en we hadden nog een gezellige avond met ze. Ook onze andere buren, een duits stel, kwam erbij zitten, een ieder met zijn eigen reisverhalen..
Zo gingen we toch nog laat naar bed op onze laatste avond.
De volgende morgen waren we al op tijd op, het was weer stralend weer, we gebruikten ons laatste ontbijtje, namen afscheid van de buren en verlieten de laatste camping van onze tour en de Tomtom leidde ons feilloos naar het Cruise America filiaal in Denver.
We handelden de formaliteiten af en namen afscheid van onze trouwe vriend de camper, die ons ruim 9000 km zonder problemen deze geweldige tocht door 17 staten heeft gereden.
Een taxichauffeur bracht ons naar het vliegveld waar we gelijk zelf met een apparaat konden inchecken, ook nieuw voor ons, meestal helpt een grondstewardess ons, maar alles leek wel goed te gaan, de koffers kregen een label en gingen op de band, wij kregen 4 instapkaarten en de vier stickers met de barcode van de koffers.
Ik keek de koffers nog na en hoopte maar dat ik alles goed gedaan had…..
Daarna gingen we aan de koffie met een lekkere croissant en toen naar de security check.
Daar schrokken we al een beetje want we hoorden dat de vlucht die we moesten hebben naar Chicago, 10 minuten vertraging had.
Dan zal je zeggen wat maak je je druk om 10 minuten vertraging, maar de overstaptijd op Chicago was al maar 45 minuten…
Toen we bij de gate aankwamen zagen we nog geen vliegtuig en keken nog maar eens op de monitor, de schrik sloeg ons nu echt om het hart want de vertraging was opgelopen tot een half uur! Sh*t!
Ik liep naar een balie van United en legde het probleem uit, de man vertelde me dat we waarschijnlijk in een luchthavenhotel in Chicago de nacht moesten doorbrengen en dan de volgende dag naar Amsterdam zouden vliegen. Of, er was nog een mogelijkheid, dat we als een gek zouden gaan hollen in Chicago naar de gate voor het vliegtuig naar Amsterdam. Nou dat hebben we geweten, we mochten voor in het vliegtuig zitten zodat we er als eerste uit waren in Chicago en zette het toen op een hollen en ondertussen hoorde ik dat we al omgeroepen werden.
Het was tien minuten rennen en toen konden we uitgeput in het vliegtuig plaatsnemen die gelijk vertrok. Het eerste kwartier zeiden we niets meer tegen elkaar en zaten alleen maar bij te komen.
De vlucht verliep voorspoedig, alleen waren onze koffers niet aangekomen op Schiphol, dat kon ook nooit natuurlijk, toen wij vertrokken vanaf Chicago, waren ze het andere vliegtuig nog aan het uitladen.
Er was gelukkig een warm welkomstcomitee op Schiphol, Emmy, Piet, Kees en Marijke waren er, met hen hebben we nog even gezellig nagezeten bij de Starbucks op Schiphol. (foto)
De koffers zijn de volgende dag thuisbezorgd.

En zo kwam er weer een einde aan een geweldige reis van ruim 9000 km in vijf weken door de USA.

USA 2009 977

Tagwolk